Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godmensch de geloovigen eiken dag naar de H. Tafel en spijst hen met zijn goddelijk vleesch en bloed. Bij het Avondmaal der Protestanten is slechts brood en wijn. Geen wonder dan ook, dat de Katholieken tot alle offers bereid zijn, om hun kerken te maken tot een waardige „woontente Gods onder de menschenterwijl de protestantsche tempels meestal slechts spreek- en zangzalen zijn x). In het aanbiddelijk Altaargeheim ligt de geheimzinnige kracht, die de Katholieken naar de kerken trekt, niet alleen op Zon- en feestdagen, maar alle dagen des jaars, niet slechts in den vroegen morgen, maar ook in den laten avond, terwijl de protestantsche tempels veelal, ook op de Zondagen, ledig zijn 2).

De Katholieke Kerk bewaarde niet alleen de zeven H. Sacramenten, om haar kinderen bij elke schrede op den levensweg het voedsel van een hooger leven toe te reiken, maar zij geeft nog veel andere middelen, om heilig te worden. Onder die middelen komen:

a. De kerkelijke vasten, waardoor de booze neigingen worden bedwongen, de ziel wordt versterkt, de heerschappij over het lichaam wordt veroverd, ontelbare verdiensten worden verworven.

b. De plechtige viering der Zondagen en heiligenfeesten. Op die dagen van welverdiende rust en ontspanning na den zwaren arbeid, schudt ook de arme werkman het stof van akker of werkplaats van de schouderen, en herinnert zich dat God hem schiep, niet om slaaf der stof, maar haar meester te zijn. Op die dagen stroomen de geloovigen van alle standen naar hun kerken, die verscheiden malen per dag eivol zijn. Ze scharen zich om de biechtstoelen, om hun zonden te belijden, en in lange rijen gaan ze naar de

') Zie Een parel, die de Protestanten verloren, door R. Bouman (Gel. en Wet. S. V, N. 1). 2) Op een der laatste jaarlijksche bijeenkomsten van vertegenwoordigers der vrije Evangelische Kerk in Groot-Brittanje, schatte de aartsdeken Farrar het aantal kerkbezoekers onder de lagere klasse op 3 oio, de bisschop van Londen slechts op 1 o/o. De oud-Minister De Marez Oyens klaagde den 3" Febr. 1911 in de Eerste Kamer, bij de behandeling der Staatsbegrooting, over den achteruitgang van het kerkelijk leven onder de Protestanten.

Sluiten