Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

protestantsch zendeling, die, omringd door het genot van het familieleven en huiselijk gemak, veelal ook in het bezit van rijtuig en paard, zijn beroep op de aangenaamste wijze uitoefent, de verschijning van den katholieken priester-missionaris allerschitterendst is, wanneer die priester behalve alle ontberingen, die zijn staat hem oplegt, ook nog afstand doet van de gemakken en veiligheid des levens, om in het diepste der heidensche landen door te dringen, met bijna geen ander vooruitzicht dan de martelkroon" 1).

B. De Bevrijding der ongelukkige Vrouw 2).

Wie was die ongelukkige ? Slavin van den man, veile koopwaar, werktuig der zonde. Het huwelijk — de betrekking tusschen man en vrouw, die geheel het maatschappelijk leven beheerscht; de verbintenis, die de zuivere maatstaf is der zedelijkheid — was van zijn oorspronkelijke instelling in het Paradijs afgeweken en geheel ontaard. Zelfs bij de volkeren, waar de veelwijverij onbekend was, werd het huwelijk door echtscheiding ontwricht en ontheiligd. Elk oogenblik liep de vrouw — al droeg zij ook de moederkroon — gevaar, te worden verstooten, en plaats te maken voor een andere, wie wederom eenzelfde lot te wachten stond. Toen bij de Romeinen, onder keizer Augustus, ook de vrouw haar man verstooten mocht, werd de echtscheiding zoo algemeen en veelvuldig, „dat sommige adellijke vrouwen haar jaren niet meer telden naar de regeerende consuls, maar naar het getal van haar mannen" 3). Nu werd het bederf zoo algemeen, dat men zelfs geen meisjes meer vinden kon voor den eeredienst van Vesta. En toch waren de Vestaalsche maagden in hoog aanzien, in het bezit van veel voorrechten, en mochten zij vóór haar veertigste jaar een huwelijk aangaan 4).

l) V. Görtz bij Hettinger, Apologie, V, S. 174. Over de missiën leze men Kirchenlexicon, VIII, Mission; V. Hammerstein, Das Katholische

Ordenswesen. 2) Over den toestand der vrouw bij de heidensche volken leze men j. Gaume, Histoire de la sociéte domestique; Aug. Rösler, C. s.s. R. Die Frauenfrage, S. 144—198; Kirchenlexicon, XII, S. 1245.

3) Seneca, De Beneficiis III, 15, 16; zie encycl. Arcanum. van Leo XIII,

(10 Jan. 1890). 4) Gaume, chap. XI, p. 133.

Sluiten