Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig overeen met de waardigheid van den mensch, en is gelukkig in alle beschaafde landen afgeschaft. Hier is sprake van de hardere slavernij, die in de eerste tijden des Christendoms bij de heidensche volken alom in zwang was. Met de kennis van de plichten jegens God was ook de kennis van de plichten jegens den evenmensch verloren gegaan. Bovendien hadden alle volkeren, beschaafde en barbaarsche, vergeten, dat de mensch tot den arbeid geboren is, en beschouwden zij den arbeid als een schande.

De slavenhandel en de oorlog brachten geheele volken in slavernij !), en verreweg het grootste gedeelte van het menschdom zuchtte in die onbeschrijfelijk-ellendige verdrukking. In Attica alleen gaf een volkstelling, op last van den staat door Demetrius van Phalera gedaan, 400.000 slaven en slechts 20.000 vrije burgers. Sommige schrijvers schatten het aantal slaven onder keizer Claudius op meer dan 100 millioen tegen slechts 30 millioen vrijen. Te Rome was een rijk burger, die 20 duizend slaven had. Was het aantal slaven ontzaglijk groot, hun toestand was onbegrijpelijk ellendig.

Zij werden beschouwd als redeloos vee, of liever, zij stonden beneden het vee, want het dier werd door de romeinsche wet beschermd, terwijl de slaaf nergens bescherming vond. De wet beschouwde den slaaf als een misdadiger, dien men naar willekeur verkoopen, mishandelen, dooden kon. Hij was geen persoon, maar slechts een zaak, van alle recht verstoken.

De heidensche meester maakte dan ook ruimschoots gebruik van de onbeperkte macht, hem door een onmenschelijke wetgeving toegekend:

1°. De slaaf werd tot den zwaarsten arbeid, niet zelden met zweepslagen, gedwongen, zonder eenige rust of verpoozing. Zijn voedsel was slecht en karig, zijn nachtrust kort, zijn verblijf een vunzig hok. Oud geworden wachtte hem niet zelden een geweldige dood; want, volgens den raad van Cato den Ouderen, moest men zich van alle nuttelooze werktuigen, oude wagens, versleten paarden, afgeleefde slaven ontlasten 2).

*) Marius bracht 140.000 Cimbriërs en Ambronen op de veiling-. Cicero maakfe in drie dagen meer dan een millioen gulden van verkochte krijgsgevangenen. 2) De re rustica.

Sluiten