Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. De slaaf was de weerlooze prooi van de bloeddorstige luimen zijns meesters. De slavinnen werden door de romeinsche vrouwen om de minste onhandigheid, soms uit zuiver luim, met een stift gemarteld. Niet zelden, zoo getuigt nog van zijn tijd de H. Joannes Chrysostomus, hoorde men, tot zelfs in de straten, de woedende kreten der razende meesteres en het wanhopig gegil der slavin, die bloedig gegeeseld werd. Pollion, de vriend van Virgilius en Horatius, liet zijn slaven in de vijvers werpen, om zich in hun laatste stuiptrekkingen te verlustigen, wanneer zij onder de duizenden beten der visschen bezweken. Flaminius liet een slaaf onthoofden, om zijn tafelvriend op een terechtstelling te vergasten. Keizer Caligula meende, dat de dieren, voor den schouwburg bestemd, te veel aan voedsel kostten, en liet hun daarom slaven als voedsel voorwerpen.

3°. De slaven moesten door hun moorddadig zwaardgevecht het romeinsche volk vermaken. Dit bloedig bedrijf, dat telken jare 30.000 slachtoffers vroeg, werd later ook in de provinciën van het keizerrijk ingevoerd. En hoe stierven die ongelukkigen? Niet met de kalme gelatenheid der christenmartelaren, maar geheel verdierlijkt togen zij voorbij den troon van den gekroonden dwingeland met den laatsten huldegroet: „Gegroet, Caesar! de ter dood gedoemden groeten u".

4°. De slaaf en de slavin waren niet zelden het slachtoffer van den dierlijken hartstocht hunner meesters.

Ziedaar, in korte trekken den toestand van den slaaf in het heidendom, 't Is een in bloed gedrenkt boekdeel in de geschiedenis van de arme, gevallen menschheid. Wel gingen nu en dan stemmen op tegen deze gruwelijke barbaarschheid, wel beproefden eenige keizerlijke besluiten verzachting te brengen in den ellendigen toestand, maar het mocht weinig baten. De heidensche meesters bleven naar willekeur over hun slaaf, diens vrouw en kinderen beschikken. Het eenig middel, dat den slaaf tot verzachting van zijn lot overbleef, bestond hierin, dat hij de gunst wist te verwerven van een grilligen en vaak hoogst misdadigen meester, en slachtoffer werd van zijn bedorven lusten of werktuig zijner wandaden.

Sluiten