Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1°. Tegenover het heidensch beginsel, dat den arbeid met de grootste minachting bejegent en den vrijen burger onwaardig acht, predikt zij de hooge waarde, ja zelfs het godsdienstig karakter van den arbeid, de edelste bron van het eigendomsrecht. Zij wijst haar kinderen op het werkmanshuisje te Nazareth, waar de Zoon Gods, die den sterren haar glans, den leliën haar dos, den dieren hun voedsel schenkt, in het zweet zijns aanschijns arbeidt, om den kost te verdienen. Kende de onschuldige Adam slechts ontspannenden arbeid, en moest de gevallen Adam het vonnis hooren: „In het zweet uws aanschijns zult gij het brood eten' (Gen. III, 19), dit strafvonnis zou door den tweeden Adam een hooger wijding erlangen, en de arbeid zelf, te zijner navolging beoefend, godsdienstig werk zijn. De groote Paulus schaamde zich dan ook niet, handenarbeid te verrichten, en bij zijn hartelijke afscheidsrede te Milete op dien arbeid te wijzen: „Voor hetgeen ik behoefde en zij, die bij mij waren, zijn deze handen dienstbaar geweest". Act. XX, 34. In den tijd van Paulus waren er, naar het schijnt, te Thessalonica arme menschen, die van de liefdadigheid misbruik maakten, om een vadsig leven te leiden. Zij liepen de huizen der rijken af en bemoeiden zich in hun lediggang met alles. Paulus schrijft in zijn eersten'brief aan de Thess. IV, 11, dat zij zich maar met hun eigen zaken moesten bemoeien en handenarbeid verrichten. In zijn tweeden brief, dien hij kort hierop schreef, komt de Apostel nog eens op dezelfde zaak terug en voegt er bij: „Toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen: zoo iemand niet wil werken, dat hij ook niet ete . III, 10.

Zoo werd door het voorbeeld van Christus en van de eerste geloofsverkondigers, alsmede door hun prediking de schande van den arbeid weggenomen, de hooge waarde van den arbeid in het volle licht gesteld. De oude Kerkvaders hebben op alle wijzen den lof van den arbeid bezongen. Wel is de vermoeiende arbeid de straf der zonde, maar hij wordt voor den door de zonde verzwakten wil een schild tegen de bekoring, een artsenij tot versterking der zedelijke natuur, een werk in den dienst van Christus, een oefenschool der heiligheid, een bron van vrede, eere en vreugd voor den

Sluiten