Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kommer en lijden te deelen; hij voorziet zorgvuldig in al zijn behoeften, en weet elke soort van stoffelijke hulp in overeenstemming te brengen met zijn geestelijk welzijn. De christelijke liefde werkt onbaatzuchtig en met edelmoedige zelfopoffering, zonder vertoon en zonder klacht; zij vervult de wereld met ware weldaden, en haalt tusschen den rijke en den arme de zachte banden toe eener heilige toegenegenheid" ]).

Aan het slot dezer korte beschouwingen over de grootsche werken der Roomsche Kerk, mogen wij met volle recht het getuigenis toepassen, door Petrus van haar goddelijken Bruidegom gegeven: „Hij doorreisde al weldoende (het land)". Act. X, 38. De Kerk heeft al weldoende sinds 19 eeuwen de wereld doorreisd: den koningen waarborgde zij het gezag, maar leerde hen ook hun plichten; zij sprong in de bres voor de rechtmatige vrijheid der volken, maar beval den onderdanen het gezag te eerbiedigen; zij verloste de vrouw uit de verdrukking en zedelijke ellende, herschiep haar in de zedige maagd, kuische echtgenoote, liefdevolle moeder en engel van barmhartigheid, maar wees haar ook op de huiselijke en maatschappelijke plichten; zij nam het verlaten kind in haar armen, maar herinnerde het ook aan het vierde gebod met de belofte van een lang en gelukkig leven; zij slaakte de boeien der slaven, maar leerde den dienstknecht de gehoorzaamheid aan zijn meester; zij riep de volksscholen in het leven, zij was de beschermster van wetenschappen en kunsten, maar zij bouwde die scholen op godsdienstigen grondslag; zij leerde de wetenschappen en kunsten, God te verheerlijken; zij betoonde zich de liefdevolle Moeder der armen, maar veroordeelde de luiheid, en wees op den plicht van arbeid en spaarzaamheid. Zoo toonde zich de Kerk in alle eeuwen de moeder, leerares en opvoedster der volken, die zij èn aan de hoogere gaven des hemels, èn aan de ware zegeningen van het aardsche leven deelachtig maakte. Germanen en Romeinen, de zonen der woeste wouden en de erfgenamen der oude beschaving, heeft zij door één Doopsel, één Geloof, één Hoop en vooral één Liefde tot één volk Gods vereenigd.

') Over armenzorg leze men Kirchenlexicon, i, 1353; Staatslexicon, 465.

Sluiten