Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blinde genezen, terwijl er nog andere wonderen plaats hadden 1). De ariaansche koning Hunnerik liet in 484 te Typase (het hedendaagsch Tefessed bij Algiers) aan verschillende Katholieken de rechterhand afkappen en de tong tot den wortel uitsnijden. Welnu, Victor, Bisschop van Vita, verhaalt in 487, dat deze martelaren door de kracht van den Heiligen Geest even goed als vroeger konden spreken en hij voegt er bij: „Wil iemand dit niet gelooven, hij begeve zich aanstonds naar Constantinopel, en daar zal hij een dier martelaren, den subdiaken Reparatus, aantreffen, die zonder eenige moeite beschaafd spreekt, en daarom aan het hof van keizer Zeno in groot aanzien is 2). Stilzwijgend gaan wij de wonderen voorbij van den H. Bernardus (f 1153), Dominicus (f 1221), Franciscus (f 1226), Antonius van Padua (f 1231), Vincentius Ferrerius (f 1419), om nog even te wijzen op de wonderen, die geschied zijn in de dagen van strijd tegen de valsche hervorming. Toen leefde de H. Franciscus Xaverius (f 1552), die als verkondiger van het katholiek geloof in de Indiën ontelbare wonderen verrichtte, waaronder vier opwekkingen van dooden 3).

In de volgende eeuwen tot op den dag van heden werd de opeenvolging van wonderen in de Katholieke Kerk nooit verbroken, want geen enkele eeuw ging voorbij, zonder dat God door wonderen getuigenis gaf van de heiligheid en verheerlijking van veel Katholieken, die door heldhaftige deugden hebben uitgemunt. Dit blijkt uit de processen van heiligverklaring, waardoor nooit een afgestorvene onder het getal der heiligen wordt opgenomen, tenzij minstens vier deugdelijke wonderen, na den dood op diens aanroeping geschied, afdoend bewezen zijn4). Aan het onderzoek der wonderen gaat het onderzoek naar de heldhaftige beoefening der deugden vooraf. Bij de beoordeeling der wonderen wordt door de Kerk met de grootste nauwgezetheid en gestreng-

') H. Ambrosius, Ep. 22; H. August. De Civ. XXII, 8. 2) Hist. persec. vandal. V, 6. Het wonder wordt bevestigd door keizer Justinianus I (Codex Just. lib I, tr. 27) en anderen. 3) Anal. Boll. XVI, 52; XVII, 485. 4) Bened. XIV, De Beatificatione, lib. IV, cap. 6.

III

1 1

Sluiten