Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar was het waar het eerst de moederliefde ons laafde aan hare borst en waar uit het moederoog eene wereld van liefde ons tegenstraalde, die in ons hart de eerste kiemen van hooger gemoedsleven ontwikkelde en ons gelooven deed aan nog sterkere liefde dan die der moeder. 'tHuis, daar was de plek waar ééns or^wkgje stond, de grond waar we ééns onder dartele^ j&^in*m blijde verwachting de dagen der jeugd doordroomden.

Nog herinner ik mij bovenal de winteravonden aan den ónderlijken haard doorgebragt. Wel woei en stormde het daar buiten en bij menige windvlaag dachten we met huis en al opgenomen te worden; maar neen — stonden de muren van ons huis pal, nog vaster stond de muur van Gods wakende voorzienigheid en trouwe. Nog hoor ik grootvader's vriendelijke stem, ons vergastende op menige schoone vertelling, veelal genomen uit zijn eigen leven, dat in de troebele tijden van voorheen niet weinig vergezeld ging ifèf allerlei vreemde avonturen. Nog herinner ik mij, onder de prettigste avonden, dien van Sinterklaas en al riep dan ook soms de boeman met zware stem — veilig schuilden wij, 'tkopje gedoken in moeder's schoot. Of we naderhand ons ook zoo veilig achtten, en zoo rustig vertrouwden op de, beschermende liefde des Hemelvaders onder de donderslagen van het onweder des levens? — Dat een iegelijk die vraag beantwoorde als in tegenwoordigheid Gods en zijns gewetens. Ons voegt geen oordeel.

Doch terug tot onze herdenking, en dan, , mijn lezer! roepen we het u toe met luider stem, en ge kunt de waarheid er van bevestigd zien in uw leven: o groot menschenkindl daar moge in uw leven nog menig genoegen voor u *ïjn weggelegd en vele lichtstralen mogen ook de donkere

Sluiten