Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haalt breedvoerig Brakel's geboorte, opleiding, kerkelijke loopbaan; teekent zijn ijver; zijn pastorale trouw; zijn preektrant; zijn arbeid voor de pers; en verplaatst ons aan het ziek- en sterfbed van den geëerden en geliefden ontslapene. ^ Hellenbroek komt dan tot de slotsom, dat men op Brakel's graf vrijelijk kon schrijven, twee wenschen die de Joden beitelen in hun grafzerken, en deze volgen dan in de hebreeuwsche taal.

Aan 't einde van blz. 37 vraagt Hellenbroek: „Wat is er-nu voor ons te. doen die overblijven?"

Er mag 1. wel rouw en rouwbedrijf zijn over 't heengaan van dezen rechtvaardigen; 2. men zie er een slag m T.311 ^od' a'8 ^ uitnemende leeraars wegneemt; 3. er zij dankbaarheid voor, dat men zulk een treffelijk voorganger gehad heeft, immers beter verloren dan nooit gehad; 4. men make des te ijveriger gebruik van den dienst der nog overgebleven leeraren; onder hen zijn ook mannen met groote en lieflijke gaven toegerust; er zij iets in de gemeente van de genegenheid welke indertijd te Constantinopel werd gekoesterd voor Chrysostomus, waar men betuigde, dat men liever wenschte dat de zon niet zou schijnen, dan dat Chrysostomus niet zou preeken; 5. men vergete niet de leer en de lessen van den overledene, „o, Onbekeerden, wat zult gij te verantwoorden hebben! Bewaart zijn licht, kinderen van God! Gaat dikwijls tot de spijze, die zoetigheid, welke uit dien dooden Leeuw nog overgebleven is in zijne gezegende geschriften; 6. Bedenk, dat gij ook zelf haast eens gaan zult naar uw eeuwig huis. Gij zijt ook alle een Adam, een mensch; een ephez, dam, marah zeggen de Joodsche Kabbalisten, door hun Notaricon van ieder letter een woord makend: wat a s c h, wat bloed en wat gal, een zwak en slecht mengsel en gestel, dat niet lang blijven zal. „Gij gaat ook naar uw eeuwig huis; gij sterft al in uw schoenen". Maar door het graf gaat gij öf naar het eeuwig huis des verderfs, of

Sluiten