Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling lichamelijk straf, tenzij éen heel enkele keer in overleg met dV ouders. Nu zou ik zoolang getergd worden, tot het me eens ontkwam. Mijn jongens waren beter dan zulke ouders... Intusschen wist ik daar toen niets van. Volle twee jaren heb ik onder die omstandige heden gewerkt, dat er steeds op een of ander feit werd geaasd. Eerst na die twee jaar heeft een oud man mij dit zaakje verteld. Hij heeft toen niet lang meer geleefd. Maar op zijn sterfbed wenschte hij, dat de predikant wegbleef. En dat ik zou komen. En dat, terwijl ik zulke bezoeken nooit breng, en ook absoluut ongeschikt ben, om zieken te troosten. Tot zijn dood toe heeft deze werkelijk vrome man in deze houding volhard, en dat alleen maakt voor mij zijn verklaring geloofwaardig. Bovendien klopte ze volkomen met de feiten, waarvan ik hier éénige heb vermeld. Met menschen, die zulke besluiten nemen en die zulke dingen aan hun kinderen bevelen, moet men wel medelijden krijgen, ofschoon de afkeer haast even groot is. Als zulke ouders de vrucht hunner opvoeding eens in het leven hunner kinderen moeten zien

* *

Ondertusschen ging het in de kerkeraad steeds verder de verkeerde kant uit. Nog een drietal goedgezinde en voor hun taak ten volle berekende broeders streden daar met alle macht om het zinkende schip van de ondergang te redden. Maar hun getal was te klein. Welke argumenten ze ook aanvoerden; hoe echt en zuiver en waar hun redeneering ook mocht zijn; het hielp alles niets. Meestal waren in een „voorvergadering" de aanhangige kwesties al beslist en bleef er feitelijk alleen het stemmen over. Was er geen voorvergadering geweest, men verstond elkaar er evengoed om. Eén staaltje uit vele. Eens protesteerde één der ouderlingen, thans in doleantie, tegen een z.i. verkeerde handeling van de kerkeraad. Dat was toch zijn recht en plicht, nietwaar? En dat behoorde immers in de notulen te worden opgenomen. Dat gebeurde evenwel niet. Natuurlijk maakte de ouderling daarop aanmerking. Waarop de scriba zei, met schijnbaar verwonderd gezicht: „heden Stainhuus, hè joe den protesteerd?" En de predikant voegde erbij: „Zie je, daar herinner ik me ook niets van, zie je." Waarop ouderling Steenhuis zei: „Broeders, we hebben er immers een half uur heftig over gediscussieerd. En dat zou jullie vergeten zijn!" Toen stelde de dominé voor, er over te stemmen. . En toen is bij stemming, met 6 tegen 3, „uitgemaakt", dat de heer Steenhuis de vorige kerkeraadsvergadering niet had geprotesteerd. Zoo maakt men in de kerkeraad van de Leek de historie onhistorisch, en de feiten „ongedaan". Te gek, nietwaar? 't Is jammer, dat ik dag en uur niet meer weet. Maar voor de waarheid sta ik in.

Na zulk een geval behoef ik eigenlijk verder omtrent de geestesgesteldheid van zoo'n gezelschap niets meer mede te deelen. Met het oog op die mentaliteit heb ik 26 Febr. 1917 tegen de predikant gezegd: „...In het belang van de gemeente die U dient, in Uw eigen belang, in het belang van Uw gezin, maak U los van de menschen, aan wie U zich heeft vastgekoppeld, want dit kan wel eens de laatste gelegenheid zijn, die U krijgt, om Uw positie hier te redden." Wij hadden toen n.1. van de zijde van het schoolbestuur, met sym-

Sluiten