Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behandeld, heb ik aan die heeren tevergeefs gezegd: „Onderzoek nu nauwkeurig en spreek onpartijdig recht; als ge later terugkomt, kon het wel eens telaat zijn." Als het nog niet telaat is, dan wordt het nu in elk geval hoog tijd, aan dit bedrijf van de Geref. kerkeraad van de Leek een eind te maken."

Hierop ontving ik 29 Oct. 1925 het volgende antwoord: „Uw schrijven van 10 Oct. j.1. is door de classisvergadering van 28 Oct. j.1., te Grootegast gehouden, ontvangen en gelezen. Wijl de kerkeraad niet bekend was met Uw schrijven, besloot de classis U te melden, dat U met Uw bezwaar U allereerst tot de kerkeraad hebt te wenden, volgens art. 30 D. K. O.: in meerdere vergaderingen zal men niet behandelen, dan 't gene dat in mindere niet heeft afgehandeld kunnen worden."

Mooi gevonden, zal misschien een „verkerkelijkt" mensch zeggen. En dat is op zulk een standpunt ook waar. Met die D. K. O. kan men heel wat beginnen. Als men te doen heeft met eerlijke menschen, die willen verstaan. En ook niets beginnen. Als aan die voorwaarde niet is voldaan. Intusschen was mijn bedoeling ook anders geweest. Direct heb ik dit gemeld met de volgende woorden: „In antwoord op Uw schrijven van heden kan ik U melden, dat mijn eenig doel is geweest, de classis Grootegast nogmaals te wijzen op het vergevorderd geestelijk ziekteproces in de Geref. kerkeraad van de Leek. De inhoud van Art. 30 D. K. O. was mij bekend. Maar tot genoemde kerkeraad wend ik mij voorloopig niet meer."

*

Later is bij herhaling gebleken, dat mijn waarschuwing door de classis in de wind geslagen werd. Bleef de beruchte uitdrukking dan rustig staan? Neen, rustig niet. Naar de classis van Febr. 1926 had een oud man, br. J. Hummel, die vooraf op de kerkeraad was geweest, een brief gezonden, waarin hij zich bezwaard verklaarde over de bekende uitdrukking „gewillige werktuigen etc." Zelf is hij naar Grootegast gegaan, om zijn brief persoonlijk toe te lichten. De predikant van de Leek had steeds beweerd, dat het er niet zoo stond als ons was gezegd. Dat bleek dit keer niet geheel onwaar te zijn. Er stond n.1. in de notulen niet „gewillige" maar „willooze werktuigen etc." — Alsof het daar beter van werd!

De eerste brief, die Hummel van de classis ontving als antwoord op zijn protest was aan verkeerd adres gekomen en zoek geraakt. Zoodoende ontving hij onder datum 8 Maart 1926 een schrijven van de volgende inhoud: „Daar U het antwoord van de classis niet hebt ontvangen, deel ik het U bij dezen mee. De classis, gelezen het protest van broeder Hummel, gehoord de kerkeraad van de Leek en gehoord br. Hummel, spreekt uit, dat br. Hummel zich terecht heeft geërgerd aan de uitdrukking, die staat in de notulen van de kerkeraad te Leek „willooze werktuigen in de hand van Satan", en adviseert den kerkeraad, die uitdrukking terug te nemen, wijl zulk een uitdrukking niet gebezigd kan w orden voor leden der gemeente in volle rechten."

Wat wordt die kerkeraad van de Leek weer zacht aangepakt, nietwaar? Ze behoeft die uitdrukking alleen maar terugnemen... Is

Sluiten