Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze menschen niet veel doorzicht toeschrijf. Inderdaad niet! 't Gaat hen als zeker iemand, die op een teekenexamen een vraag kreeg over perspectief. En die zei: „meneer, als ik het wel heb, beteekent perspectief doorzichtkunde. En ik heb niet veel doorzicht." Naar mijn meening zijn „de ratten" door de pastorie gekomen en hebben ze door de zijdeur het brood uit de kerk weggehaald. Dan is ook meteen verklaard, hoe in de op die akelige Zondag volgende week het voor de ratten neergezette brood nu eens niet en een andere keer wel verdwenen was...

Er zijn echter nog altijd menschen, die wel gelooven, dat de ratten het gedaan hebben. En die zien er een Goddelijke waarschuwing in, dat hier geen Avondmaal gevierd mocht worden. Nu is dat laatste in elk geval waar. Maar, hoe voorzichtig ik ook steeds de gedachte heb tegengesproken, dat het een Goddelijke waarschuwing was, zooals door eenvoudige vroomheid werd geloofd, toch heb ik ze steeds voor onwaar gehouden.

In het algemeen kan men toch zeker vasthouden, dat God ons in Zijn Woord alles heeft gezegd, wat Hij ons menschen op aarde te zeggen heeft. Die Heilige Schrift nu kan ook aan ieder die goed leest, duidelijk leeren hoe Avondmaal moet gevierd worden en hoe niet. Een buitengewone boodschap was daarvoor niet noodig. En dan nog op zulk een wijze! Maar neem eens aan, dat God hier op buitengewone wijze had willen waarschuwen. Dan stel ik deze vraag, die ik ook meermalen gedaan heb aan hen, die aan een Goddelijke waarschuwing geloofden. Zou het dan bij die eene waarschuwing zijn gebleven, indien men niet luisterde? En... men luisterde niet! Mij dunkt, dan leert diezelfde Bijbel ons, dat op de eerste niet opgevolgde waarschuwing een tweede volgt, die ernstiger is van aard. En dan, bij volharding in het kwaad, een derde. En meer misschien. Tot eindelijk de maat vol is. Zoo ging het speciaal onder het O. T. Maar mogen wij nu, na de volle Godsopenbaring, zooiets nog verwachten? En, als het bij hooge uitzondering toch gebeurt, zou zoo'n waarschuwing dan niet door andere zijn gevolgd? Dit nu is niet geschied.

Sedert Maart 1928 heeft men ongestoord gedaan alsof men Avondmaal vierde. En nimmer is er nog iets in de weg gekomen. (Behalve dat het begin 1931 op raad van een Synodale commissie — zie hierachter — is uitgesteld).

Alles te samen genomen zie ik geen andere weg, dan die ik boven aangaf. Het blijft echter bij waarschijnlijkheid. Bewijzen kan men het niet. En 't zal misschien evenmin uitkomen, als die steenworp van April 1919. Dat wil zeggen: hier op aarde niet...

1

Ongeveer in dezelfde tijd ging een kleine groep de vraag overwegen, of er niet op de eene of andere manier verandering moest komen. Dat ik persoonlijk daartoe reeds lang bereid was, kan men afleiden uit het nooit meer kerken in de Leek, maar in het naburige Roden, wat ook een paar andere gezinnen geregeld deden. Zorgvuldig heb ik mij er steeds voor gewacht, op kerkelijk gebied ook maar het geringste op touw te zetten. Daar ligt mijn arbeid niet en

Sluiten