Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was dan eindelijk de commissie gereed. Ér werd een vergadering in de kerk gehouden, waarvan in de pers het volgende bericht verscheen: „Men meldt ons van bevoegde zijde: Gisteravond vergaderde de commissie, door de Generale Synode van Arnhem benoemd inzake de moeilijkheden in de Geref. kerk te Leek (Gron.) aldaar opnieuw met de belijdende leden der Gemeente, om uitspraak te doen over het door verschillende leden ter Synode ingezonden bezwaar- en verzoekschrift en de zaak zoo mogelijk te beëindigen. Na een breedvoerig rapport concludeerde de Commissie tot handhaving van de uitspraak der Part. Synode van Groningen, op verschillende gronden tot afwijzing van het verzoek der adressanten en tot de noodzakelijkheid, om door verzoening tot oplossing van de geschillen te komen. Nadat de conclusies nogmaals gelezen en Ds. M. allereerst daarmede zijn instemming betuigd en een ernstig woord tot de Gemeente gericht had en ook enkele andere broeders zich hadden uitgesproken, werden de conclusies tenslotte door alle aanwezigen door stilzwijgen aanvaard, terwijl een nog hangend protest diensvolgens werd ingetrokken."

Dat klonk wel aardig! Doch... 't was niet waar! Van verschillende zijde werd mij gevraagd, ook schriftelijk, of dit bericht nu juist was. Stereotiep heb ik het genoemd: Eén „vrome" comedie. En dat is het voor mij nog. Die vergadering werd geopend (het gebed laat ik maar liever onbesproken) met een zeer zalvende toespraak. Daarna een zeer lang rapport, dat wemelde van onjuiste voorstellingen. Als daar zijn: dat de moeilijkheden zich zonder zijn wil om de predikant zouden hebben geconcentreerd; dat de pred. niet zou lijden aan gebrek aan leiding en tact; dat pred. en kerkeraad groote lankmoedigheid zouden betracht hebben tegenover ons (dit is om te schateren! D.); dat hij met onmiskenkare zegen zou hebben gewerkt. Wat omtrent het befaamde ouderlingen-tal wordt in het midden gebracht, heeft met de zaak zelve ongeveer evenveel te maken, als een twist tusschen twee straatjongens over de vraag of een schaap, dat nog alleen een pluimstaart heeft overgehouden, al dan niet geschoren is. „De veertig" die tegen dit dubbelgetal protesteerden, deden aan „muiterij in kerkelijke regeeringen". Zij wekten „een geest van ontevredenheid". Het rapport zegt bl. 17 onderaan: „Waarlijk, hier treft niet in de eerste plaats de kerkeraad het verwijt van partijdig handelen, maar juist degenen, die daartegen (n.1. het genoemde dubbelgetal D.) bezwaar maakten". Ik zou zeggen: allerpartijdigst is hier de Syn. commissie! Zoo gaat het eigenlijk van het begin tot het eind. Wat nog aan pred. en kerkeraad wordt ten laste gelegd, loopt In korte woorden af. Een huns inziens formeele fout bij „de veertig" wordt ellenlang uitgemeten en groeit haast tot vergrijp uit. Terwijl het beschuldigingen regent aan hun adres. Behalve de reeds genoemde, nog dit. De veertig hebben „de partijschap en verdeeldheid met vernieuwde kracht naar voren" gebracht; hun actie is „diep te betreuren"; „niet het zoeken van het heil der gemeente de diepste drijfveer, maar veeleer persoonlijke antipathie tegen deze broeders en (bij sommigen althans ook) tegen de predikant." Volgens het rapport is het voorts bij de actie der veertig geen wonder „als een predikant, wanneer op zoodanige wijze tegen hem en de kerkeraad

Sluiten