Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

Het beginsel der Afscheiding getoetst.

In het eerste hoofdstuk stonden wij stil bij het beginsel der Christelijke Gereformeerde Kerk, thans moeten wij dat beginsel toetsen. Allereerst moet ons kerkelijk standpunt den toets van Gods Woord kunnen doorstaan. Wat nu eischt Gods Woord van de geloovigen die behooren tot eene kerk, waar Christus en Belial te saam worden gediend? Het Hervormd genootschap dat in 1816 gesteld werd in de plaats van de Gereformeerde Kerk, eischt leervrijheid, eischt vrijheid voor den leeraar om zoowel volgens de belijdenisschriften der Gereformeerde Kerk te prediken, als den Christus te loochenen en het werk des Heiligen Geestes als onmisbaar noodig tot zaligheid te miskennen. Zelfs een Boeddhist als Dr. Bahler kan ongestoord predikant zijn in die kerk. Maar is men vrij om te prediken naar eigen.inzicht, men is niet vrij om te handelen overeenkomstig Gods Woord, en een kerkeraad die Gereformeerd wil handelen en de tucht naar den Woorde Gods uitoefenen, wordt daarin gedwarsboomd door de wetten van het genootschap. Overeenkomstig hetgeen Art. 29 onzer belijdenis van de valsche kerk zegt „dat deze zich en harer ordinantiën meer macht en autoriteit toeschrijft, dan den Woorde Gods" gedraagt zich de Hervormde Kerk. Wat nu moeten de geloovigen in zulk een kerk doen?

Paulus geeft ons in Handelingen 19:9 een voorbeeld, als wij aldaar lezen: „Als sommigen verhard werden en ongehoorzaam waren, kwaad sprekende van den weg des Heeren voor de menigte, week hij van hen en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekeren Tyrannus." Ook aan de gemeente te

Sluiten