Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de waarheid bestreed en de verdedigers derzelve uitbande. Gedurende een vijftig jaar lang werd nu in de Hervormde Kerk gestreden om haar te reformeeren. De afscheiding werd door de vrienden der waarheid als „labadistisch en donatistisch" veroordeeld.

Vooral het „Kerkelijk Maandblad", uitgegeven door eenige waarheidsvrienden in Friesland, veroordeelde de Afscheiding fel. Volgens de confessioneele partij in de Hervormde Kerk was die kerk, ondanks haar diep verval, nog altijd de oude Gereformeerde Kerk, welke slechts gereorganiseerd behoefde te worden. Daarom moest de strijd tegen de besturen worden aangebonden en alzoo tot hare reformatie worden meegewerkt. Na vele vergeefsche pogingen tot kerkherstel stond een man op, die zich aan het hoofd stelde van deze beweging. Die man was Dr. A. Kuyper, geboren in 1837 te Maassluis. In 1863 aanvaardde hij het leeraarsambt te Beesd. In dit Geldersch dorp werd Dr. Kuyper, die een voorstander was van de moderne richting, een strijder voor het Calvinisme, hetwelk hij, hoewel op sommige punten gewijzigd en vervormd, weer ingang bij velen wist te doen vinden. Van nu af aan werd hij ook strijder Voor kerkherstel in de Hervormde Kerk, doch betoonde zich helaas ook tevens een groot tegenstander te zijn van het werk Gods in 1834.

Van Beesd vertrok Dr. Kuyper naar Utrecht en in 1873 naar Amsterdam, alwaar hij in datzelfde jaar reeds eene poging tot kerkherstel deed, door een voorstel bij den kerkeraad in te dienen tot kerspelvorming. Dr. Kuyper ging namelijk ook van het beginsel uit dat de Hervormde Kerk nog altijd de Gereformeerde Kerk is, slechts gekneld in eene onbijbelsche organisatie. Wijziging van die organisatie zou tevens de kerk tot reformatie brengen.

Vooral door het weekblad „de Heraut" arbeidde Dr. Kuyper tot kerkherstel. De Afscheiding werd door hem ten strengste veroordeeld. „Onze gescheiden broeders hadden ook moeten blijven", zoo luidde het oordeel van Dr. Kuyper en daarmede sprak hij het doodvonnis uil over ons recht van bestaan. Prof. D. K. Wielenga verdedigde op heldere wijze ons beginsel van afscheiding tegenover Dr. Kuyper. Ook Dr. A. Littooy van Middelburg openbaarde zich toen als een fiere strijder voor het recht der afscheiding. In eene brochure, getiteld: „Onze gescheiden broeders hadden ook moeten

Sluiten