Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk; wat zou zijne toekomst wezen; aan hoeveel smaad, verachting en miskenning zou hij zijn blootgesteld?

In der waarheid, het werd hem bange, toen hij in zijne consciëntie voor God gebonden was en toch over zooveel niet heen kon. De Heere wilde.hem van achteren bezien, leeren, dat men ook genade behoeft, om het licht door Hem ontstoken te volgen. De bede dat de Heere over dat alles mocht henen zetten, werd dan ook opgezonden en genadiglijk verhoord. Het door God gesproken: „Wie vader en moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig", bracht hem op een zekeren dag over het eerste en voornaamste bezwaar heen.

Maar toch deed eerst een tweede aan de ziel geheiligd woord: „Mijne is het zilver en Mijne is het goud, spreekt de Heere der beirscharen" loslaten en tot de daad der scheiding overgaan."

Ds. Littooy beschrijft dan nog verder hoe de Heere die afscheiding bevestigde door de lieflijke blijken van Zijne gunst, ja door ook zijn broeder uit de Hervormde Kerk uit te leiden. Deze broeder bad hem vroeger geraden in de Hervormde Kerk te blijven en wilde van de afscheiding niets weten, doch de regelen „Wil toch niet stug gelQk een paard weerstreven" enz. hadden hem met heilige schaamte tot gehoorzaamheid voor den Heere doen komen.

Wij hebben één voorbeeld uit vele genoemd. Hoevele kinderen Gods kunnen getuigen van hunne uitleiding uit de Hervormde Kerk door den Heere! Hoevele worstelingen werden gestreden eer de-stap werd gedaan! En zulke menschen waren nu volgens Dr. Kuyper de oppervlakkigen. De teederste zielen bleven volgens hem in de Hervormde Kerk. Zoo bestreed Dr. Kuyper de afscheiding, en geen wonder, deze leider van de Gereformeerde partij wilde wat anders dan afscheiding. Zijn plan was reeds gereed, straks zou hij door daden toonen wat hij wilde.

En die daden waren niet anders dan eene veroordeeling van de Afscheiding. In het volgende hoofdstuk zien wij dan ook hoe Dr. Kuyper inderdaad de afscheiding veroordeeld heeft door tegenover haar de doleantie te stellen. „Geen separatie (scheiding), maar doleantie", met die leus werd door hem het werk Gods van 1834 veroordeeld.

Sluiten