Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook, dat de onderhouding daarvan nu maar niet weer moest worden ingevoerd.

Verder vinden we aan het begin der 18e eeuw in Rusland Sabbatiers onder den naam „Sabbotniki" en is uit dien tijd het standpunt van den grondvester der Hernhutter-gemeente, graaf van Zinzendorf bekend, die — hoewel hij niemand zijne zienswijze opdrong — den zevenden-dag als rustdag vierde, en in Noord-Amerika Sabbatarische gemeenten heeft gesticht.

Zoo naderen we den tijd, waarin het Sabbatisme eene betrekkelijk groote uitbreiding verkrijgt en door doeltreffende organisatie in onze dagen beduidend in aanhangers toeneemt.

Reeds had omstreeks 1800 in Engeland de dweepster Johanna Southcote, een kring van menschen om zich weten te vereenigen, die onder den naam „Nieuw-Israelieten" in de verwachting der op handen zijnde wederkomst van Christus, de Joodsche wet en den Joodschen Sabbat waren gaan onderhouden.

Maar de grootere opleving komt toch door twee richtingen uit Amerika: „de Zevendedags-Baptisten" en „de Zevendedags-Adventisten" van welke de eerste de oudste, de laatste de machtigste beweging is.

Beide richtingen moeten we wel onderscheiden.

De Zevendedags-Baptisten, verschillen van de overige Baptisten, alleen door hun Sabbatistisch gevoelen. Zij stammen uit Engeland, waar Francis Bampfield, hun stichter reeds 1665 om zijne overtuiging vervolgd werd. Zich beroepend op de letter van het vierde gebod eischte Bampfield dat men den zevenden inplaats van den eersten dag zou vieren. Zijne aanhangers noemden zich Zevendedags-Baptisten.

In Engeland waren ze niet talrijk, maar in Amerika, waar ze reeds in de 17e eeuw optraden, nemen ze, hoewel langzaam, gestadig toe. Ze vormen daar onder de talrijke Baptisten echter nog een kleine minderheid. Men vindt ze voornamelijk in Rhode Island en in het zuiden

Sluiten