Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over het werk der verlossing handelen de „Leerstellingen" zeer breedvoerig. Het Pelagianisme viert hier hoogtij. En het ontleent zijn vorm en uitdrukking aan de dwalingen, door de „Vermittlungstheologie" uit Duitschland in alle Christen-landen geïmporteerd en hier te lande door de woordvoerders der Ethische richting vertolkt. Laten we enkele grepen doen, en het zal aan ieder, die eenige jaren met vrucht de Gereformeerde catechisatie bezocht en 's Zondags getrouw de Catechismusprediking volgt, niet zwaar vallen hier de afwijking van de zuivere leer der waarheid te ontdekken.

Over het werk Qods tot verlossing wordt b.v. aldus gesproken : „Wat tracht God voor het menschdom te doen door het verlossingswerk?

Hij tracht ons te bevrijden van al de gevolgen van den val en ons op te heffen tot een toestand, die heiliger, gelukkiger en veiliger is dan die, waaruit Adam viel" (bl. 27).

Is het eigenlijk niet God-onteerend zoo te spreken ? En ondermijnt dit niet ten eenen male de vastigheid des heils? Geen belijdenis van een eeuwigen vrederaad Gods, die het gebouw der hope onomstootelijk vast maakt en doet roemen in niets anders dan louter vrije genade alleen; geen belijdenis van Gods souvereiniteit, zijn vrijmacht en zijn almacht, die wonderen werkt en het lied op de lippen legt: „Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen; Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen". God tracht ons te bevrijden, en of dit pogen gelukken zal, dat zal afhangen van ons, zijn nietige schepsels, die ons buiten Hem kunnen roeren noch bewegen 1

Even oppervlakkig en niet minder in strijd met Gods Woord is het onderricht der „Leerstellingen" over het werk van den Verlosser. Drieëerlei wordt onderscheiden.

„1. Hij leerde ons den wil des Vaders.

2. Hij was door zijn leven ons een volmaakt voorbeeld

ter navolging.

3. Hij gaf zichzelf als een zoenoffer voor onze zonden

door zijn dood" (bl. 28).

Sluiten