Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den mensch als kind tot zijn Vader te doen wederkeeren.') En wat zegt de Schrift? Eenerzijds moge het luiden: die in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, de keerzijde van het Evangelie is: dat die den Zoon ongehoorzaam is, het leven niet zal zien, maar de toorn Oods op hem blijft. Met vlammend vuur zal wraak gedaan worden over degenen die God niet kennen. Tot straf zullen zij lijden het eeuwig verderf ver van het aangezicht des Heeren. Christus is zeer zeker de goede Herder, maar eens maakt Hij scheiding tusschen schapen en bokken. Het Evangelie is helaas niet voor een ieder, die het hoort, een reuk des levens ten leven, 't is voor menigeen een reuk des doods ten doode.

De H. S. toont ons ten slotte ook een ander beeld van den Christus dan de Ev. ons teekenen.

De eersten, die een dogmatiek in evangelischen geest schreven plaatsten de christologie (de leer aangaande den Christus) voorop, ja 't is de roem van alle Ev. dat hun richting, Christocentrisch is, (dat zij Christus in het middelpunt stellen). Desondanks onthouden zij Christus de Hem toekomende eer. Zij loochenen zijn godheid en achten dus Hem te aanbidden zonde. Na het voorafgaande over den persoon van Christusslechts een tweetal opmerkingen.

1. Zoo zij al aan een vóórbestaan van Christus gelooven vatten zij dit enkel op als een ideëel voorbestaan 2) Jezus zou vóör de grondlegging der wereld alleen in de idee, in de gedachte Gods hebben bestaan. Met hetzelfde recht evenwel kan op die wijze aan ieder schepsel een eeuwig voorbestaan worden toegeschreven. Wat een Paulus in 2 Cor. 8:9 en Fil. 2:6 v.v. getuigde, is echter heel wat anders. Verklaarde onze Zaligmaker zelf niet eer Abraham was, ben Ik, en bad Hij niet om een weeromgeven van de heerlijkheid, door Hem genoten, eer de wereld was?

2. Uiteraard loochenen de Ev. een persoonlijke ver-

ij W. i. L. '56 763 v.v.

2) R. H. Drijber. O. e. V. XLVI. 88.

Sluiten