Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moge U wederom duidelijk voor den geest treden onder de opening van het Woord, dat U voorgelegd werd.

Onze tekst is genomen uit de pastorale epistels van den Apostel, die daarin van de overige brieven onderscheiden zijn, dat ze niet aan kerken gericht zijn, maar aan personen, bepaaldelijk aan Timotheus en Titus om hun aanwijzigingen te geven met betrekking tot hun ambtelijken arbeid in de gemeente. Wel is waar dekt deze naam den inhoud dezer brieven niet geheel, wijl daarin ook voorkomen allerlei andere zaken, maar deze worden daarin gevlochten, opdat Timotheus duidelijk zien zou, hoe men, gelijk het hier heet, in het huis Gods moet verkeeren.

In onmiddellijk verband staat onze tekst met de eischen, die te stellen zijn aan de ouderlingen en diakenen. Daaraan voorafgaand vond Timotheus reeds allerlei aanwijzing ten opzichte van de zuivere leer en van de inrichting van den eeredienst. Het spreekt wel van zelf, dat in verband daarmede Timotheus ernstig op het hart gebonden werd om toch zoo nauwkeurig mogelijk toe te zien op de aanstelling van ambtsdragers, en dat hem dringend aanbevolen werd om toch niet al te haastig te werk te gaan bij de oplegging der handen.

Blijkens onze tekst nu had de Apostel het voornemen opgevat om deze inlichtingen mondeling te verstrekken aan Timotheus. Hij kon echter teleurgesteld worden in de hoop, die hij voedde om spoedig tot Timotheus over te komen, en daarom voelde hij zich gedrongen om schriftelijk onder de aandacht hem te brengen, hoe op zijn arbeidsterrein allerlei zaken geregeld moesten worden. Immers, uitstel in dezen kon schade berokkenen; allerlei misstand doen geboren worden; allerlei dwaling bevorderen, wat in de schatting van den Apostel een ernstig verschijnsel was, waar Timotheus toch een plaats gewezen was ; een taak was opgelegd in het huis des Heeren, hetwelk

Sluiten