Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beelden noemt Witsius II Sam 7 • Daar is Salomo type v. d. Christus doch alleen op Salomo, niet op Christus past vs. 14; op Christus, niet ten volle op Salomo, past vs. 12. Op beide past vs. 13 (Lib. IV, Cap. VI, 9, p. 639). De vierde canon : „Sufficit aliquando, ut in typo tenuis admodum imago sit rei praestantissimae, quae in antitypo eminentissimo modo reperitur." Voorbeeld Hebr. 7 : 3 (Cap. VI, 10). De vijfde canon wijst er op, dat sommige dingen op Christus, andere dingen bij eenzelfde type op Zijn Kerk, die Zijn lichaam is, moeten betrokken worden (Lib. IV Cap. VI no. 11. p. 640). Voorbeeld . de offerande van Izaak.

Men kan het Bahr toestemmen, dat men met deze „canones" niet ver komt. Te meer, daar zij niet uitsluiten, dat Witsius zelf kwam tot een opvatting van den Mozaïschen cultus, die zonder Schriftuurlijken grond bijzonderheden „verklaarde." Zoo is b.v. volgens hem de ark gedeeltelijk van hout, gedeeltelijk van goud geweest, om af te beelden de twee naturen van Christus (a.w. Lib. IV, Cap. 6, 41, p. 656.) 7)

Het derde bezwaar van Bahr tegen de typiek van Coccejus c.s. is de miskenning van de natuur en van het wezen van het type (S. 18). Men heeft de betrekking van den „Ritualcultus" op het heden volkomen miskend, en slechts zijn profetisch element laten gelden. Toch kunnen wij niet nalaten reeds hier op te merken, dat het Gereformeerde standpunt anders is dan dat van Bahr zelf. Plaatsruimte ontbreekt ons. anders zouden wij gaarne een lang citaat.geven. Nu volstaan wij met Bahrs meening aan te duiden. Volgens hem is de Mozaïsche cultus „bildliche sinnliche Darstelling der Mosaischen Religion und nicht der chrisllichen ; diesinnlicheForm.dieertragt, muss also auch zuerst und zunachst auf die eigenthümlich Mosaischen und Israelilischen Religionsideen

) Vgl. ook Hermanni Witsii Miscellaneorum sacrorum Libri IV en wel Liber II Witsius acht het Apostolische voorbeeld norm (Lib. II, 3). Cf. Witsius'methode toegepast b.v op p. 401. 402. 411 (Lib. II. 11. 12, 25). Witsius heeft Spencerus heftig bestreden Witsius was een gematigd Coccejaan. Coccejus is de man der z.g. n. foederaal-theologie en faxeerde de Oud-Tesfamentische bedeeling van het genadeverbond te laag. Hij stond zeer vrij tegenover de Schrift. Val over hem Chr. Ene. I bl. 470-471. Diesfel Geschichte des Alten Testamentes in der christlichen Kirche S. 528 ff., P. R. E.' IV S 186 ff. vooral 5. 191) Bubelsch Handboek I bl. 572 noot 3. In den tweeden druk noemt Bahr het voornaamste bezwaar tegen de typologie van Coccejus, dat zij tusschen type en symbool geen onderscheid maakt en in de cultussymbolen slecht typen ziet (I1 S. 82)

Sluiten