Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prof. Grosheide overnemen, maar die ook bij anderen wordt aangetroffen, is zuiverder dan die wij bij Bahr aantroffen. Overigens zou over de beteekenis en het gebruik van de termen „symbool" en „type", waarover Bahr o.a. gegevens biedt, een afzonderlijke studie zijn te leveren.

Men loopt bij de beschouwing van Bahr en Keil over het onderscheid tusschen symbool en type het gevaar, dat men willekeurig gaat uitleggen, klakkeloos uit het voorkomen van een bepaald symbool in andere godsdiensten eenzelfde beteekenis ook voor Israël, wanneer het daar gevonden wordt, aanneemt. We verwijzen hier naar wat Prof. Ridderbos opmerkt in Bijbelsch Handboek I bl. 403 vlg. Behartenswaardig is zijn uitspraak: „In de praktijk blijft men echter slechts voor willekeur bewaard, wanneer men hier de Schrift zelve als eenige autoriteit erkent. Hierbij is het niet genoeg, als men kan bewijzen, dat hetgeen men in een tekst leest, inderdaad Schriftleer is; men moet ook grond hebben voor de meening, dat dit in die bepaalde uitspraak der Schrift ligt opgesloten. En hiervoor zijn de algemeene wetten der symboliek niet voldoende ; de grond moet bepaald een Schriftuurlijke zijn" (bl. 405). Vgl. ook Grosheide Heimeneutiek bl. 192 noot 10, waar ook een symbool wordt bepaald als „iets zinfuigelijk waarneembaars, dat geen bestaan heeft om zichzelf, maar alleen dient om iets anders voor te stellen. Een symbool moet daarom geestelijk worden verklaard. Daarentegen heeft een type wel een eigen bestaan, het is een persoon, zaak of handeling, die beteekenis heeft op zichzelf, doch die daarenboven dient om iets anders af te beelden, een voorbeeld dus."

Wanneer we ons aan dit onderscheid tusschen symbool en type houden, en de Schrift zelf laten beslissen, allereerst den tekst zelf, zal de verklaring een vasten grondslag hebben.

Bovendien vergete men niet, dat nuchterheid beter is dan knoeien. Kan men geen dieperen zin ontdekken, dan blijve men bij wat er staaf. IS) Valsch vernuft heeft al genoeg op het terrein der ceremoniëele wet, en op dat niet alleen, geflikkerd. Staaltjes daarvan worden in de litteratuur over ons onderwerp telkens geboden. Zoo deelt König (in zijn Herfneneutik des Alten Testaments, die overigens niet veel biedt voor de onderhavige kwestie)

M) Vgl. Grosheide a.w. bl, 190.

Sluiten