Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als wij daaraan wenschen te voldoen is niet te verwachten, dat wij een bepaling van mystiek zullen vinden, die allen voldoet. Het is zelfs zeer de vraag, of er eene is, die ons zeiven voldoet. Wij hebben te doen met een onmetelijke stof en deze van de grootste verscheidenheid, tot tegenstrijdigheid toe. En deze stof moet worden gevormd volgens een maatstaf, die niet gereed ligt, maar die moet worden ontleend aan eene orde, een wet, een wil, die niet voor allen dezelfde zijn en, zoo zij al gegeven zijn, verschillend worden opgevat en toegepast.

Eigenlijk onttrekt de mystiek zich ook aan een definitie. Zij ligt immers dieper dan de verschijnselen en de vatbaarheid van den menschelijken geest. Zij is boven-zinnelijk, prae-logisch, ir-rationeel. En dit niet slechts in den zin, dat zij het zinnelijke en het redelijke achter zich zou laten, maar ook dat zij dieper reikt dan elke functie van den menschelijken geest, ook de wil, het bewustzijn, en te doen heeft met wat men oudtijds noemde den zetel, de vonk der menschelijke ziel. Dit beteekent niet, dat zij alle onderscheidingen oplost. Die van het vele en het eene, den mensch en God is voor haar constitutief, althans in hare voor ons normatieve typen. De opheffing der z.g. „Subjekt-objekt-spaltung" is niet kenmerkend voor de mystiek als zoodanig, Jaspers vergist zich. Wezenlijk voor de mystiek is dat de eenheid, hetzij dan de geschonkene of de verworvene, de harmonische verbinding van den mensch, de wereld en beider boven-menschelijken en -wereldschen grond.

Dit is zeer algemeen uitgedrukt. En toch: zoovele woorden, zoovele moeilijkheden. Wij moeten ons houden binnen de beide grenzen: het noodige en het toereikende. Wat valt daarbinnen, wat daarbuiten? Hoe breed wij ook het wezenlijke en eigenlijke van de mystiek zouden willen uitmeten, de hoofdlijnen, die wij hebben getrokken en vooral de groote scheidslijn mogen niet weer worden verdoezeld. Immers, het karakter van betrekking, en deze als persoonlijk opgevat en als verbindend; een lid, dat tot de wereld behoort, en een, dat boven de wereld uitreikt — zie hier wat tot het wezen der mystiek behoort. Hierin ligt de norm, waaraan mystieke verschijnselen en typen worden gemeten. Deze norm is niet eenzijdig. Zij is veeleer breed en grootsch. Zij beroept zich op het christelijke als algemeene grootheid. Zij ziet daarin het geestelijke leven in zijn volkomenheid, omdat het met God, den bovenwereldsche, verbonden is. Het maakt elk element van waar-

Sluiten