Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het niet-meer ten aanzien van de onderscheiding tusschen de verschillende geestesfuncties, levenssferen en wereldconcepties. Vergelijken wij, om een tweede voorbeeld te geven, de mystiek der renaissance met die van het Christendom, zeg die van Paulus, dan blijkt het verschil in zeker, en wel het belangrijkste, opzicht volstrekt te zijn. De eerste is monistisch. Voor haar vallen God en wereld ten slotte samen. De tweede is dualistisch, in dien zin althans, dat God en wereld volstrekt onderscheiden zijn. De eerste is optimistisch. Wat is is; de werkelijkheid, tot hare volle ontwikkeling gebracht, is de norm der werkelijkheid. Dit is de onafwijsbare consequentie der immanentie-idee. De laatste is pessimistisch, in dien zin ten minste, dat de werkelijkheid door een mysterieuze gebeurtenis en toestand, die val genoemd wordt, in een staat van inzinking en verwarring verkeert, welke hopeloos zou zijn, als niet uit de boven-wereldlijke sfeer goddelijke kracht verlossend en vernieuwend invloeide. Door deze onderstelling wordt de houding van het Christendom, ook van zijn mystiek, ten opzichte van de cultuur, d. w. z. de ontwikkeling der natuurlijke d. i. gegevene werkelijkheid, bepaald. En evenzeer ten opzichte van den godsdienst, d. w. z. de godsdiensten, zooals zij onder de gegeven menschen in de wereld, zooals zij is, voorkomen. Deze houding is in hooge mate critisch. Zij schijnt zelfs anti-thetisch te zijn, al is zij inderdaad het tegendeel, omdat het Christendom als zoodanig thetisch, d. i. scheppend, en synthetisch, d. i. her-scheppend, vernieuwend is. Wij hebben gezien, hoe dit karakter zich in de mystiek, reeds in de figuur van haar heilsweg als geteekend door de drie étappes van reiniging, verlichting en vereeniging, zeer duidelijk uitspreekt.

Vandaar dat de meeste typen van mystiek hun critisch karakter laten gelden ten aanzien van bepaalde culturen en godsdiensten. Zoo deed het de latere Grieksche mystiek ten opzichte van de godsdiensten en de cultuur der antieke wereld. De christelijke mystiek heeft in vele gevallen hetzelfde gedaan ten opzichte van de christelijke kerk en de cultuur, die deze heeft geërfd of geschapen. Juist omdat de mystiek van oordeel is, dat zij met het wezen der verschijnselen te doen heeft, omdat zij deze brengt in betrekking tot hun grond in het wereld-geheel of in den boven-wereldlijken oorsprong daarvan, staat zij van zelf critisch tegenover het empirisch gegevene, hetzij historisch of psychologisch, natuurlijk of cultureel, anthropologisch en zelfs cosmisch. Men denke aan het oordeel, dat dé middeleeuwsche mystieken zich veroorloven ten aanzien van

Sluiten