Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De teraardebestelling van het stoffelijk overschot van Dr JOHANNES CORNELIS DE MOOR

Op den eersten Februari 1926 hebben we hem uitgedragen. Op een heel somberen, droeven dag. En toch was het licht! i

In het sterfhuis heeft Ds VAN ARKEL gelezen Ps. 42.

Dit is, aldus de spreker, een onderwijzing. De Heere wil ons door wat Hij gedaan heeft, onderwijzen. Maar het is ook een klaagpsalm. Wij willen niets van uw leed afdoen. Wij willen niet zeggen, dat het zoo erg niet is. Het is erg, heel erg! Maar we willen u zeggen, dat ge alles, alles God moogt klagen. Zeg het Hem. Klaag Hem alles, alles! Ook nu, nu uw tranen, u tot spijze zijn dag en nacht!

Maar er is ook nog iets meer in dezen psalm. Ik zal zeggen tot God: „Mijn Steenrots".

Grijp u aan Hem, ja in Hem vast. Klem u aan uw God. En al kunt ge dan misschien als al Gods baren en golven over u gaan, nog niet zeggen: mijn God, zeg dan maar „God van mijn man, God van mijn vader!" Dat is ook heerlijk, als we dit kunnen zeggen.

De zal zeggen tot God: Mijn Steenrots!

Daarna droeg Ds van Arkel de rouwende familie in het gebed den Heere op.

Nadat het stoffelijk overschot was uitgedragen en zich alle ouderlingen en diakenen achter de lijkbaar hadden geschaard, ging heel de droeve stoet naar de Zuiderkerk, de wijkkerk van Ds de Moor, nog slechts zoo kort geleden door hem in gebruik genomen.

In het kerkgebouw waren alle deputaties, hoogleeraren, predi-

Sluiten