Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezitsverhoudingen worden door Hem zonder critiek aanvaard. En evenzoo onderstelt Hij, zonder er aanmerking op te maken, bestaande regelingen van koop en verkoop, van huur en verhuur, van verdienste en loon, Matth. 13:44, 19:21,20:1, 21 :33, en gaat uit van de gedachte, dat de dienstknechten onderworpen en tot gehoorzaamheid verplicht zijn aan hunnen heer, Matth. 10:24, Luk. 17:7—10. Alle politieke en sociale toestanden en verhoudingen laat Hij voor hetgeen zij zijn; op heel dit terrein grijpt Hij nergens in, noch met woord noch met daad.

Maar terwijl Hij dit alles onaangeroerd laat, komt Hij toch in de wereld met het nieuwe van zijn persoon en zijn werk. Aan alle standen en klassen predikt Hij hetzelfde Evangelie van het koninkrijk Gods. Dat is de schat, dat het onvergankelijk goed, dat Hij op aarde brengen komt. En nu stelt Hij in het licht, dat alles, wat het ook zij, spijze en drank, deksel en kleeding, huwelijk en gezin, beroep en stand, rijkdom en eer enz., bij dien schat van het koninkrijk der hemelen vergeleken, in geen aanmerking komt en gewillig, zonder aarzeling, moet prijsgegeven worden. Van het standpunt van het koninkrijk der hemelen uit beoordeelde Jezus de aardsche toestanden en verhoudingen; dat is de maatstaf van zijne beoordeeling; dat de blik, dien Hij op de dingen heeft. Wat spijze en drank, deksel en kleeding aangaat, deze dingen komen alle terecht voor dengene, die het koninkrijk Gods met zijne gerechtigheid zoekt, Matth. 6:15—34. Man en vrouw, ouders en kinderen, broeders en zusters, huizen en akkers moeten verlaten worden, zoodra zij met den eisch van het Evangelie in strijd komen, Matth. 10: 37, Luk. 9: 59—62,14:26; ziel en leven moeten verloochend worden om Christus' en om des Evangelies wil, Matth. 10:39, 16:25.

En meer dan al deze dingen levert de rijkdom een bezwaar op, om in te gaan in het koninkrijk der hemelen. Jezus trad niet tegen

Sluiten