Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der maatschappij is, dat ze noodzakelijk, dat ze blijvend, dat zij eene Goddelijke instelling is. Het schaft ook de slavernij niet af, echter niet uit ontzag voor een rechtstreeksch gebod Gods, maar uit eerbied voor de historisch geworden ordeningen in staat en maatschappij. Paulus noemt ze een juk, 1 Tim. 6:1, evenals het huwelijk met een ongeloovige. Maar de Christen mag dit niet op eigen gelegenheid verbreken. Een Christenslaaf mag niet meenen, dat hij, om Christen, te zijn, geen slaaf kan wezen. Als hij vrij kan komen, heeft hij volstrekt niet den plicht, om slaaf te blijven; vrijheid heeft boven slavernij de voorkeur, en streven naar lotsverbetering is geoorloofd. Maar als hij slaaf is en slaaf blijven moet, dan ja rust juist de roeping op hem, om in dezen toestand zijn Christen-zijn in toepassing te brengen, om gehoorzaam, trouw, ijverig in al zijn arbeid te zijn, en om dus een beter slaaf te wezen, dan andere, ongeloovige heidensche slaven dat kunnen of willen zijn.

Dat dit de gedachte van Paulus is, wordt bevestigd door zijn kostelijken brief aan Philemon. Philemon woonde met zijne vrouw Appia waarschijnlijk in Colosse, behoorde daar tot de Christelijke gemeente, die te zijnen huize vergaderde, vs. 2, was een ijverig medearbeider in het Evangelie van Christus, vs. 1, en bewees den geloovigen groote liefde, vs. 5—7; Paulus hoopte zelf bij hem zijn intrek te nemen, als hij later nog in Colosse komen mocht, vs. 22. Van dezen Philemon was een zekere slaaf, met name Onesimus, weggeloopen; de redenen daarvoor zijn ons onbekend, maar zullen zeker wel niet gelegen hebben in de slechte behandeling, die hij van zijn heer ondervonden had, want dan had Paulus er wel iets van gezegd of in elk geval Philemon niet zoo geprezen, als hij nu blijkbaar in zijn brief doet. Maar de vrijheid viel Onesimus tegen; een weggeloopen slaaf was nergens welkom, kon nergens terecht en liep voortdurend gevaar, om gevangen genomen en zwaar gestraft te worden. Misschien, dat hij daarom wel uit vrees naar de groote stad

Sluiten