Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor te komen! hoe zalig dienstbaar te zijn om de kinderen Gods en de leden onzer Gereformeerde Kerk, die thans verstrooid «qn , en in vele duisternissen en verwarringen verkeeren, ja in gevaar zijn om ter regter of ter linker zijde verleid te worden tot het wandelen op gevaarlijke dwaalwegen, weder tot één te brengen onder het eenige ware Hoofd, jezus chjUSW tus ! O welk eene zaligheid zouden onze zielen smaken, indien de Heere eens boven en tegen verwachting eene uitkómst daarstelde, welke ons éénparig deed uitroepen: dit is van den Heere geschied , en het is wonderlijk in onze oogen.

Ik weet, Broeders! het is niet in mijne magt u te bewegen tot vereeniging en medewerking met mij; maar een ding weet ik, dat het in de magt onzes Heeren is daartoe uwe harteijy&hewerken, en daarom schrijf ik deze uitnoodiging aan u met het oog op den Heere.

En is mijne opwekking door Hem aan u gezegend, of was uw hart reed* vroeger bereid, dan verzoek ik zoo spoedig mogelijk antwoord op deze uitnoodiging aan het Adres van den Uitgever, j. h. den ouden, Boekverkooper te Amsterdam, op de O. Z. Voorburgwal en hoek van dePieter-jacobsstraat, N°. 222, onder den letter G.

De Heere storte over ons rijkelijk Zijnen Heiligen Geest uit, en geve ons in eenen geest te arbeiden met ijver en trouw aan het heil zijner Kerk.

Na mij in uwe broederlijke toegenegenheid en voorbede te hebben aanbevolen, noem ik mij met hoogachting

Wei-Een/, zeer Geleerde Heeren, veel geachte Medebroeders,

Uwen heilwenschenden

Medebroeder B. MOORREES.

Predikant.

Wijk, 26 Maart 1841.

Sluiten