Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Algemeen Reglement en Instructie

VOOR DE

Commissie tot hei bestuur over de kerkgebouwen enz.

Art. 15 (blz. 7).

Ter uitvoering van het bepaalde in de 2« alinea van dit artikel is in 1873 door gecommitteerden uit den Kerkeraad en uit de Kerkelijke Commissie de volgende regeling ontwórpen:

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN voor den Kerkeraad en de Commissie tot het Bestuur over de Kerkgebouwen, enz , omtrent het afstaan van Kerkgebouwen tot tijdelijk gébruik voor bijzondere doeleinden,

Art. 1. Indien de algemeene of bijzondere Kerkeraad voor zich de tijdelijke beschikking over een Kerkgebouw verlangt, buiten den tijd, voor de openbare godsdienstoefening bepaald, geeft hij daarvan tijdig kennis aan de Commissie tot het Bestuur enz. ten einde deze zorg drage dat het gebouw en het daaraan verbonden personeel tegen billijke schadeloosstelling ter beschikking zij.

Art. 2. Indien genootschappen, vereenigingen, zedelijke lichamen of individueele personen het tijdeljjk gebruik wenschen van eenig Kerkgebouw tot bijzonder doel, buiten de uren voor de openbare godsdienstoefening bestemd, wenden zij zich tijdig met bepaalde opgave omtrent Kerkgebouw, tijd en doel van het gebruik tot den Voorzitter van de Commissie tot het Bestuur enz. De Commissie beoordeelt de aanvrage uitsluitend uit het oogpunt der aan hare zorg toevertrouwde belangen. Wanneer de Commissie (of in spoed vereisohende gevallen de Voorzitter) voor zich geene zwarigheid maakt, het gebouw tot het verlangde doel en voor den aangewezen tijd af te staan, vraagt zij daartoe de toestemming van den bijzonderen kerkeraad.

Art. 3. Indien de aanvrage ten doel heeft het houden van bidstonden of andere openbare Vergaderingen van Bijbel- of Zendeling-Genootschappen; Kerkelijke of Godsdienstige bijeenkomsten; openbaar verslag, examen of

Sluiten