Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds van zelf uit de begrooting voortvloeien, moet het stuk, waarop de betaling geschiedt, vooraf door den voorzitter voor „gezien" geteekend worden.

Van alle geldswaardige stukken, bewijzen van eigendom eri op het beheer betrekking hebbende boeken en bescheiden, evenals ook van de kas, kan ten allen tijde inzage genomen worden door het bestuur of door de leden, die het daartoe committeert.

Art. 27.

In eene bestuursvergadering, uiterlijk in die welke aan de jaarvergadering der Vereeniging voorafgaat, wordt door den boekhouder (zoo er eene commissie van finantiën is, door deze) de in art. 27 der Statuten bedoelde begrooting ingediend van de ontvangsten en uitgaven der algemeene administratie voor het volgende dienstjaar (van 1 Januari tot 31 December), ingericht naar de hoofden, die het bestuur daarvoor heeft bepaald. Zij wordt dan door het bestuur voorloopig vastgesteld, om aan de jaarvergadering te worden medegedeeld. En nadat aldaar eventueele opmerkingen van stemgerechtigde leden gehoord zijn, wordt de begrooting door het bestuur vóór den 31sten December definitief vastgesteld. Over eiken daarop voorkomenden post kan in die beide bestuursvergaderingen hoofdelijke stemming gevraagd worden.

De begrooting mag, wat de uitgaven betreft, bij geen enkelen post overschreden worden, maar kan, bij gebleken noodzakelijkheid, in den loop des jaars door een daartoe strekkend besluit van het bestuur gewijzigd worden. Indien zoodanig besluit niet genomen is, noch later volgt, komt de overschrijding ten laste van het bestuurslid, dat zich daaraan heeft schuldig gemaakt.

Art. 28.

Als posten van uitgaaf komen op de begrooting der algemeene administratie onder anderen voor:

a. de renten en de aflossing van geleende gelden;

b. het onderhoud en de lasten van de gebouwen, ameublementen en verdere eigendommen der Vereeniging;

c. de verschuldigde tractementen, pensioenen en toelagen (aan predikanten, aan predikantsweduwen en aan catechiseermeesters of andere medehelpers);

d. de kosten voor de uitoefening van den eeredienst (voor kerkelijke bedienden, voor verwarming en verlichting, voor avondmaalsviering, enz.);

Sluiten