Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoor onzer Gereformeerde vaderen, onder leiding van Voetius, den grooten canonicus, en onder krachtige instigatie van Dr Kuyper en Dr Rutgers.

Volgens Dr Kleyn was Voetius uit tegenstand tegen het Roomsche kerkbegrip en door zijn politieke beginselen op de klippen van een gematigd independentisme verzeild.138)

Dr H. Schokking, een onverdacht getuige, zegt echter:

„Dat de plaatselijke kerk op haar plaats volledig en eigenlijk een kerk is, hare macht in haar bestaan heeft, deze niet ontleent aan het lichaam, was de algemeen geldende overtuiging bij de Gereformeerden".

En dezelfde schrijft:

„De jaren vóór Emden mogen veelszins nog duister voor ons zijn, toch staat het vast, dat bij de consistories de pit van de reformatorische beweging, zoodra er eenige ordening komt, is te vinden".139)

Hoe kwamen deze plaatselijke kerken nu tot een kerkverband? Hierop antwoordde Dr F. L. Rutgers: „In kerkrechtelijken zin is de grondslag van het kerkverband de vrijwillige toetreding der bijzondere kerken. Hier te lande zijn eerst bijzondere kerken gevormd, onder het kruis en in de verstrooiing, en later pas zijn die in een uitwendig kerkverband, vereenigd; door vrijwillige toetreding; als een kerkenbond. — De bijzondere kerk mag nooit op zich zelve blijven staan, daar Gods Woord dat niet wil. En zoolang dat Woord regel blijft en de eenparigheid der leer blijft bestaan, moet de uitwendige band ook bewaard blijven".

Maar dit uitwendig kerkverband had geen absoluut bindende kracht; het is geoordeeld en verbroken, zoodra het tegen Gods Woord ingaat. Alleen, de uittreding uit het kerkverband of ook de weigering om toe te treden, mocht niet naar luim of willekeur geschieden. 140)

Dr F. L. Rutgers verklaarde: „Ook in vroeger tijd hadden Classen en Synoden wel gecommitteerden en deputaten; maar nooit werd geduld, dat zij ook maar

Sluiten