Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna werden de verhouding en roeping der ouderlingen tegenover het diaconaat behandeld en menige kostelijke wenk gegeven.

Nog bracht Ds Vlug de wijze der onderzoeking bij het afnemen van geloofsbelijdenis ter sprake, welke in den breede door hem werd ontvouwd. Ook nu werden zeer nuttige wenken gegeven, die echter thans als bekend mogen worden ondersteld.

Ook over de inrichting der kerkeraadsvergaderingèn werd uitvoerig gehandeld, terwijl het werk van den ouderling in kerkeraad, classe en synode de revue passeerde.

Bij de discussie werden enkele punten nog geaccentueerd.

Prof. Rutgers zegt: „Belijdenis is niet anders dan toelating tot het avondmaal, 'tIs plicht om avondmaal te vieren. Natuurlijk moet men niet tegen wil en dank tot het avondmaal dwingen, maar alleen het plichtmatige daarvan voorstellen."

171) Ds J. J. A. Ploos van Amstel, Hoe moet de tucht in de gemeente van Christus toegepast worden? 's-Gravenhage z. j.

Het Hervormd kerkgenootschap, zegt de schrijver, spreekt ook over tuchtoefening, maar het heeft geen recht, althans geen Goddelijk recht, staande geheel buiten de lijn van Gods Woord. Maar de kerk van Christus heeft recht, ja zelfs is hare verplichting tucht te oefenen. Zij gaat uit van het feit, dat de gemeente des Heeren heilig is en geroepen t ot heiligheid.

Achtereenvolgens beantwoordt hij deze drie vragen: Op welken grondslag de uitoefening van tucht rust? Waartoe zij geoefend moet worden? Hoe of op welke wijze zij moet uitgeoefend worden?

De tucht-oefening berust op het gebod Gods, dat de een op den ander toezicht zal houden en de o p z i e n e r s in 't bijzonder acht moeten hebben op henzelven en op de geheele kudde, welke Christus verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Het doel van de tucht is: heilig-houden van de gemeente; de welstand der schuldigen en het welzijn der geheele gemeente. Na gehandeld te hebben over Matth. 18 en de heimelijke zonden, handelt hij over de taak van den kerkeraad en dus van de opzieners. De openbare zonde worde ook in het openbaar bestraft. Er worde onderscheid gemaakt tusschen zwaardere of lichtere misdrijven. Eerst oefene men op zichzelven tucht. De gemeente worde in het algemeen gezuiverd tot een gemeente, die op een gemeente des Heeren gelijkt. De gemeente is voor een groot deel de tucht ontwend, daarom moet zij genezen en hersteld worden en een e e r e van Christus zijn.

De tucht worde uitgeoefend zonder aanzien des persoons, hetzij van familie, hetzij van stand of rang. Hoe meer Christus in gerechtigheid in het midden der gemeente woont en heerscht, des te meer volkomen zal haar vrede en blijdschap zijn. Waar de zonde is opgehouden, dus in den hemel, daar is de tucht overbodig.

!72) Acta van het Synodaal Convent enz., bl. 36 en 37.

Sluiten