Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te ver afstaan van dat begin van het Christendom, ook al kan ik als wetenschappelijk onderzoeker mij daarin belangstellend verdiepen. Windisch vond, dat de idee eerst recht levend wordt, wanneer zij zich in één reëel persoon belichaamt. Ik antwoord dan: hoe jammer, dat die reëele persoon bijna twintig eeuwen vóór ons heeft geleefd en wij nu nog zóó slecht omtrent hem zijn ingelicht, dat er nog pro en contra zijn geschiedkundig bestaan kan worden gestreden. Was het geen vooropgezette wijsgeerige of godsdienstige meening van Windisch, als hij zeide: de idee wordt eerst recht levend als zij zich 1900 jaar geleden in een reëele persoon heeft belichaamd? Een historische meening was dat geenszins; integendeel het historisch onderzoek dreigt door een dergelijk vooroordeel vertroebeld te worden. Windisch beweerde, dat hij zich armer zou gevoelen, zoo er geen Jezus als reëele persoon, als reëele drager van een grootsche „Godsvisie" ware geweest. Mij zou het volkomen koud laten, als de Jezus der evangeliën oorspronkelijk een mensen van vleesch en bloed zou blijken te zijn; armer of rijker word ik door dergelijke historische resultaten niet. Kant heeft zich reeds aan den leiband der historie ontgroeid gevoeld en het geheele historische apparaat, dat tot den opbouw van het Christendom heeft gediend, de persoon van den stichter inbegrepen, nog enkel van geschiedkundige beteekenis geacht. Helaas valt men tegenwoordig onder theologen achter Kant terug tot op Anselmus van Canterbury.

Ik hoop, dat U mij de nu volgende mededeeling terwille van het belang, dat zij voor mij persoonlijk heeft, niet euvel zult duiden.

Mijn vriend en voorganger op den Amsterdamschen leerstoel voor Algemeene Godsdienstgeschiedenis, H. Hackmann heeft, tegenover het oordeel van velen, als zouden mijn radicale opvattingen op het gebied van de ontstaansgeschiedenis van het Christendom bepaald zijn door een wijsgeerig vooroordeel, mij per brief het volgende geschreven: „Als Ihre Stellung zur Frage der Historicitat Jesu als auf philosophischen (Hegelschen) Anschauungen begründet bezeichnet wurde, habe ich mich dagegen geaussert und erklart, dass Sie in dieser Auffassung durch historische Untersuchungen bestimmt seien . . . Ich halte Ihren Standpunkt durchaus

Sluiten