Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het' uitgaan den hoed dieper dan gewoonlijk in de oogen drukken: niemand had hem een woord waardig gerekend. Maar de heer.: Zaalberg schrijft voor zijn naam Theologiaé Doctor, en is predikant te 's Gravenhage; zijn naam staat gunstig bekend, en zijne beroeping in de residentie beschouwden velen als eene aanwinst; hij sprak in eene eerwaardige kerk, hij had een bijzonder talrijk gehoor, hij werd toegejuicht, hij liet zijne feestrede drukken en spoedig verscheen daarvan een tweede druk. Dit zijn verzwarende omstandigheden; de heer Zaalberg heeft gesproken bij eene buitengewone, bijzonder publieke gelegenheid^ bij een feest: daardoor rijst het gezegde, zoowel ten goede als ten kwade; de publiciteit zal dus den heer Zaalberg méér eer of méér schande aanbrengen, naarmate zijne rede een van beiden Verdient.

De tekst, als -titel boven de feestrede geplaatst, luidt: Christus Jesus, de éénige Middelaar Gods en der mensehen. Deze tekstkeuze wordt gewettigd door de heenwijzing op het feest dat de Katholieken den volgenden dag zouden vieren, en de vermelding der gebeurtenis die den achtsten December des vorigen jaars te Eome plaats had, de plegtige afkondiging van het leerstuk der Onbevlekte Ontvangenis; tegenover deze laatste staat de feestrede, tegenover het Allerheiligenfeest, de gedenkdag der hervorming. „Is er grooter tegenstelling tusschen licht en duisternis „ denkbaar ? " — roept de redenaar bij de vergelijking dier twee feesten uit — „Wie ziet er den vinger des Heeren niet „ in, dat de gezegende Luther juist op den middag vóór „ het Allerheiligenfeest, zijne stoute stellingen te Witten„berg aan de slotkerk sloeg En ja, dat is het

Sluiten