Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door een ander hulpmiddel worden vrijgemaakt, dan door de verdiensten van den eenigen Middelaar, onzen Heer Jesus Christus, die ons in zijn bloed met God verzoend

heeft omdat er onder den hemel geen anderenaam,

waarin wij moeten zalig worden, aan de menschen gegeven is" T).

Zoo dikwijls dus een mensch van de besmetting, aan zijne afkomst verbonden, gezuiverd wordt, is dit volgens Katholieke leer eene genade, hem om wille der verdiensten van den eenigen Middelaar geschonken. Als middel tot die zuivering, heeft Christus in het Nieuwe Testament het H* sakrament des Doopsels ingesteld; telkens derhalve als eene ziel van de erfsmet gereinigd wordt door dit sakrament, is zij gereinigd door Christus' verdiensten, is er eene ziel meer, die Christus in vollen zin haar Verlosser, haar Middelaar noemen moet, omdat Hij haar overbrengt van den staat der zonde tot den staat van ware heiligheid, haar verlost uit de magt van den geest der duisternis, onder wiens noodlottige heerschappij de zonde haar gebragt had *).

Is het sakrament des Doopsels door Christus als middel ingesteld tot uitwissching der erfschuld, toch heeft Hij, wat wij vroeger over de Sakramenten in 't algemeen zeiden, dé toepassing zijner reinigende verdiensten niet van het werkelijk ontvangen van dit middel gebonden. Van het Doopsel bepaaldelijk zegt de H. Thomas: „alle

1) Conc. Trid. Sess. V, can. 3. Verg. Act. Ap. IV, 12.

2) Cone. Trid. L c. can. 1. Niet zoo volgens Protestantébïli'ièi^i Christus maakt dan niet waarlijk rein en heilig, wantregtvaardig naken beteekent slechts: voor regtvaardig uitspreken, zoo echter dat deze regtvaardigheid geheel en al buiten den voor regtvaardig gehouden wordende blijfti Sol. Deel. III de fideJustif. §11, §48.

Sluiten