Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gestaltenis Gods znnde, geenen roof geacht heeft G ode even gelgk te zgn" (Fiüppenzea 2; 6); en voorts: „Ja gewisseln'k, ik acht ook alle dingen schade te zijn om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijnen Heere" (Filippenzen 3:8).

25 Vr. Gelooft gij niet, dat Hy' ook mensch geworden is? Antw. Ja ik; want Hg is ontvangen van den H. Geest, en

géboren uit de maagd Maria.

„En huiten allen twgfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot. God is geopenbaard in het vleesch" (I Timotheüs 3:16). De Vader zendt zgn Zoon; de H. Geest overschaduwt Maria; maar de Zoon treedt in het werk der verlossing op den voorgrond. Zoo is de Zone Gods door een wonderbare ontvangenis geboren uit de maagd Maria. Hij die in den hemel zonder moeder was, was op aarde zonder vader.

Hoe heel anders spreken hier de Pantheïsten dan de H. Schrift het doet. Is het wonder? Rudolf Steiner zegt in zijn Anthroposofisch stelsel, dat alwat bestaat, ontplooiing van den Algeest is.' Daarvan is nu Christus de hoogste openbaring. En bij het Kerstevangelie gaat het niet om de menschwording Gods; maar om den occulten inhoud, d.w.z. de tfldlooze geboorte van den eeuwigen Christus (S.S., blz. 60).

26 Vr. Is dan zyn godheid veranderd in de menschheid? Antw. Neen; want de godheid is onveranderlijk.

Toen Christus ons vleesch en bloed aannam, bleef Hy nochtans die Hg was. En Hg werd wat Hg niet was. Hij heeft zichzelven ontledigd, gewis! Maar dat beteekent niet, dat Hij bg zijne vleeschwording zich van zgn goddelijke deugden ontdeed. Dat kan niet. „Bg welken geen verandering is noch schaduw van omkeering" (Jacobus 1:17). Maar de heerlgkheid zijner goddelijke deugden heeft Hjj voor een tgd verborgen; nochtans bezat Hij ze ook in den staat zgner vernedering

27 Vr. Hoe is Hy' dan mensch geworden?

Antw. Door aanneming der menschheid in éénigheid zyns persoons.

Christus is waarachtig God en waarachtig mensch. Hg nam eene natuur en geen persoon aan. In Hem zgn niet twee personen. Maar

Bakker, Kort Begrip. e

Sluiten