Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo lang wij echter nog niet k e r k e 1 ij k één zijn , laat ons reeds broederlijk, geestelijk één zijn. Daarvoor bestaat geen enkel beletsel. Denken en zeggen wij niets onaangenaams van elkander. Zien en hooren wij wat leelijks, wat onaangenaams, dragen wij dat met liefde en klagen wij het den Heere. De Heere zelf moet ons samenbinden en steeds meer één maken. Van Hem alleen zij onze verwachting, van Hem, Die het alles moet maken en door Wiens gunst alleen eene zaak, ook deze zoo gewichtige zaak ten zegen kan gedijen. Vergeten wij niet des Woords: Bidt om den vrede van Jeruzalem! Wel moeten zij varen, die u beminnen.

Sluiten