Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mogelijk zal het velen bevreemden , dat ik nogmaals over de vereeniging van de Ghr. Gereformeerden met de doleerenden schrijf. Immers deed ik reeds eenmaal mijne stem hooren. En na dat schrijven, kon men ligt denken, dat ik er verder het zwijgen kon toedoen. Toch is mij dat niet best mogelijk. En wel, omdat mijn hart vervuld is van diepe droefenis over den verdeelden toestand, waarin wij leven en van eene innige begeerte en bede, dat wij één worden mogen op kerkelijk gebied. Wat mij vooral beweegt tot schrijven is het volgende. Ik heb hier en daar duidelijk bemerkt, dat de gemeente bij zich zelf denkt: het is goed dat de Heeren deputaten met elkander spreken, maar wij zijn er ook, en men hebbe ook met ons te rekenen. Dat bezwaar is niet van gewicht ontbloot. Evenwel het berust op misverstand. Niemand vreeze eenig kwaad. De gemeente zal gelegenheid hebben zich uit te spreken ; maar dat zal dan zijn, nadat men ter tafel kan komen met een bepaald, wel omschreven voorstel. Is dat geschied, dan zal daarover de gemeente zich nader moeten verklaren. Geschiedde zulks niet, dan zou er eene grenzenlooze verwarring plaats hebben Dan zou de eene dit, de andere weder wat anders willen. Het is zoo hoog noodig, dat broeders afgevaardigden in engeren kring deze zaak bespreken, en dat de Synoden van de beide groepen der Gereformeerde kerken zich uitspreken, gelijk reeds geschied is en nog verder geschieden moet, zoo lang tot dat men het met elkander eens is, en dat langs dezen weg de lijnen worden aangegeven, die ons leiden mpeten bij de bespreking en behandeling dezer zoo gewichtige zaak, en wel in den boezem der verschillende plaatselijke Kerken. Dan weet men, waarover men hebbe te handelen ; dan is er een uitgangspunt, van waar uit men zich verder voortbewegen kan. En dan is er gelegenheid, als zulks noodig geacht wordt, de een of andere opmerking te maken en zijne bezwaren, op wettige wijze, in het midden te brengen, ter plaatse waar zulks geschieden moet.

Sluiten