Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het is een dooreen laten vloeien van allerlei kleuren, een verwarde streng waaraan geen opwinden is, een totaal gemis aan alle distinctie."

b. Dan was het ook zoo onvoorzichtig omdat in het stuk der Eschatologie, naar het getuigenis van onze beste theologen, onze Catechismus en Confessie zeer onvolledig zijn. Het was daarom zeer ongeraden om op dit stuk t oo stijf op de Belijdenis te staan en die te dwingen in het keurslijf, dat van ouden datum is. Onze beste theologen veroordeelen repristinatie, dat is een stokstijf blijven staan op een oud standpunt alsof de stem van den Heiligen Geest in het leeren Zijner Kerk niet meer kan uitgaan.

c. En eindelijk had men voorzichtig moeten zijn met een enkele opvatting van het Koningschap van Christus zoo sterk door te drijven. Op zich zelf is het al beteekenisvol wat Rev. Bultema aldus neerschrijft: „Inzake het Koningschap van Christus wensch ik er allereerst op te wijzen, dat er maar zeer weinig Schriftbewijs voor het daadzakelijk Koningschap van Christus over de Kerk geleverd wordt, en dat het weinige dat wordt gegeven juist de duidelijkste bewijzen aflegt van Christus' Koningschap over Israël."

2. Rev. Bultema had in zijn boek „Maranatha" geschreven: „Christus is de Koning, maar van Israël, niet van de Gemeente. Met deze staat hij in veel nauwere betrekking." En aldus constateerde de Synode: „Duidelijk is het dat Ds. Bultema in zijn boek leert: 1. Dat er wezensverschil bestaat tusschen Israël en de Gemeente; 2. Dat Christus geen Koning is van zijn Kerk" (De "Wachter, 10 Juli, 1913. Maar daartegenover houdt Ds. Bultema staande, dat hij in overeenstemming is met Confessie en Catechismus, naardien hij ook gelooft dat Christus in den zin der belijdenis Koning der Kerk is. Hier is kennelijk tegenspraak, die nader onderzoek verdient; en we hebben daarom het getuigenis van den beschuldigde noodig om te weten, wat hij werkelijk leert. Het blijkt al spoedig dat er misverstand aanwezig is over de betrekkelijke waarde aan de termen hoofd en koning gegeven en hun strekking is misduid. „Men heeft, daar ik van het gees telijke Koningschap van Christus over de Kerk zwijg, de onlogische gevolgtrekking gemaakt dat ik di1 loochen" (25). Het gebeurt echter vaak, dat men met nadruk op eene zaak te leggen den schijn op zich laadt een andere te loochenen. Maar

Sluiten