Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veroorlooft mij, in deze ure Uwe aandacht te vrar gen voor eene rede over de welsprekendheid. Rechtvaardiging heeft, dunkt mij, de keuze dezer stof niet noodig. Ik heb toch de eer en het voorrecht, in de eerste plaats het woord te voeren tot vrienden en broeders wier voornaamste, wier eenige kracht straks liggen zal in het woord. Het woord, M. H., zal tegelijk uw zwaard en uw schild zyn; wapen van aanval en van verdediging bei. TJw macht zal te grooter, uw invloed te uitgestrekter zijn, naarmate gij dat wapen met meer bekwaamheid hanteert. Al de andere gaven uws geestes zullen van te grootere heerlijkheid zijn, naarmate zij in het woord een krachtiger en bezielder uiting ontvangen. Bedienaren des Woords, des Goddehjken'Woords, zal uw eerenaam zyn. En daarmee wordt u eene macht toebetrouwd, grooter dan die van vorsten en wereldgrooten. Want meester van het woord, zijt

Sluiten