Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stem. De dichter van Ps. 19 verstond ze; de hemelen vertellen Gods eer, zoo zingt hij, de dag aan den dag stort sprake uit. Daar is in de gansche schepping geen rede en daar zijn geen woorden, wier stem niet door alle menschenkinderen wordt gehoord. De redenen der geschapene dingen gaan tot aan het einde der wereld. Alles spreekt. Elk ding heeft zijn eigene taal en zijn eigene stem. De gansche schepping is welsprekend; slechts de zonde is een wanklank in haar lied.

Toch, gelijk de mensch het hoofd is van de schepselenrij, zoo heeft de sprake der creatuur in hem haar hoogsten vorm verkregen. Alle dingen vertoonen ons de voetstappen Gods, hjj is het beeld Gods; en hy is het niet het minst door zyn taal. Deze zelve is een wonder. Haar oorsprong is onbekend, haar wezen onnaspeurüjk, haar werking onbesehryfelyk. Bilderdyk zong er van in de u bekende verzen:

O, vloeibre klanken, waar, met d'adem uitgegoten, De ziel (als Godüjk licht, in stralen afgeschoten)

Zichzelve in meedeelt! meer dan licht of melody;

Maar schepsel van 't gevoel in de engste harmony, Die 't stofloos met het stof vereenigt en vermengelt! Door wie zich 't hart ontlast, verademt en

verengeit 1

Sluiten