Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons nagelaten in een zijner leerredenen over Messias' heerlijkheid: „Een vriend, zoo lezen we daar, is vol inwendige genegenheid tot zijn vriend, is als tot hem zeiven. Deut. 13 : 6 lezen wij dat hjj is als onze ziel. Een vriend wordt daarom uitgedrukt, als een alter ego, een ander ik. Lyricus, voor zijnen vriend biddende, was het: Serves animae dimidium meae, behoud de helft mijner ziele. Trouwens het spreekwoord is: amicus una est anima in duobus corporibus: vrienden hebben ééne ziel in twee lichamen. Laërtius verhaalt, dat Xenocrates Plato met zoo groote liefde beminde, dat wanneer Dionysius eens tot Plato zeide: caput tibi quisquam tollet, iemand zal uw hoofd wegnemen, hjj, daarbij staande, op het zijne wees met bijvoeging: nullus id prius, quam istud abscindet, niemand zal dat eer dan dit afsnijden. Ziet, zulk een vriend is de Messias." (') Welnu, dat is geen preeken, dat is geen welsprekendheid, maar oppervlakkig geleerdheidsvertoon en ydele woordenpralerij ! Degelijke kennis sluit eenvoud niet uit maar in. Geleerdheid is geen wijsheid. Beets zegt terecht: Hij die de kennis zoekt en wijsheid niet daarbij, vrijt naar de kamenier en gaat de vrouw

(l) Deze en andere, ook ten deele later aangehaalde voorbeelden zijn te vinden in J. Hartog, Geschiedenis der Predikkunde, Amsterdam 1861 en Sincerus, Dn Kanselontluistering, Amsterdam 1852.

Sluiten