is toegevoegd aan uw favorieten.

De welsprekendheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbij. Geleerd te preeken, zoodat het volk, zoodat gy uzelven niet verstaat, is geen kunst. Maar evenals de H. Schrift, de diepste gedachten uit te spreken, zoo eenvoudig en zoo natuurlijk, dat ook de daglooner u verstaat, dat is het hooge ideaal der degelijke kanselrede. In dezen zin zeide Luther eens in zijn tafelgesprekken: ik predik voor de ongeleerden en beval dan aan allen. Als ik dan nog wat Grieksch en Hebreeuwsch ken, bewaar ik dat, tot wij onder geleerden zijn. En dan maken wij het soms zoo bont, dat onze lieve Heer er zich over verwondert.

2. Kennis is echter in den redenaar niet genoeg. De wijsgeer betoogt en overtuigt en richt zich alleen tot het verstand. Maar de redenaar betoogt niet alleen, hij verhaalt niet slechts, hij laat zien. Hij richt zich ook tot gemoed en verbeelding. Welsprekendheid is daarom ten nauwste aan de poëzie verwant. De dichtkunst is zelfs de moeder der welsprekendheid geweest. Homerus was de vader der poëzie, maar ook van de geschiedenis en de welsprekendheid. Demosthenes heeft van hem de kunst afgezien en naar zjjn voorbeeld zich gevormd. Vooral in het OoBten gingen oratorie en poëzie hand in hand. De profeten des O. Verbonds waren redenaars en dichters tevens; de eurythmie van hun taal bewijst dit reeds. De gelijkenissen van Jezus veree-