Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— om zoo te zeggen — geaccompagneerd worden door heel ons lichaam. De vroegere homiletiek sprak daarom niet ten onrechte van een „lichamelijke welsprekendheid," welke op zichtbare wyze in de houding, beweging en gelaatsuitdrukking van den spreker de gedachten des harten veraanschouwelijken, steunen en bevestigen moest. Niét slechts de declamatie, ook de mimiek, niet slechts de dictie, ook de actie berust op dé harmonie van onzen inwendigen en uitwendigen mensch. Hoofd en lichaam, oog en wenkbrauw, hand en voet, tot zelfs de kleeding toe, moet mede uitdrukken wat er omgaat in onze ziel en gezegd wordt door onzen mond. ') Er is in de voordracht niets onverschilligs. Al de leden onzes lichaams hebben een eigene taal. Er is eene sprake der lippen maar ook der oogen, der handen, van het hoofd en van het lichaam. Ootmoed en schaamte buigt het hoofd voorover, verveling doet het zijwaarts hangen, hoogheid richt het op, trots werpt het in den nek, schrik doet het terugdeinzen. En onze handen ? Met onze handen evengoéd als met onze stem, vragen en antwoorden, bidden en smeeken, roepen en dreigen, ontkennen en bevestigen, noodigen en verwijderen, streelen en verafschu-

*) Accedat oportet actio varia, vehemens, plena animi, plena spriritus, plena doloris, plena veritatis. Cicero, Orat II 17.

Sluiten