Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertoont" *). Diensvolgens wordt humboldt geprezen, als hij „ de wijsbegeerte der natuur met een denkende beschouwing van het waargenomene gehêel gelijkstelt, en hierin alleen het middel ziet om den geest der natuur te vatten, zich boven de enge grenzen der zinnenwereld te verhenen, en de feiten door gedachten te beheerschen, of den geest met gedachten te verrijken" -f). Eerst werd derhalve de ervaring tegenover de bespiegeling geplaatst en de laatste ter zijde gesteld; nu wordt het echter: met de ervaring aanvangen, en vervolgens komen door // een denkende beschouwing" tot den //geest der natuur," dat toch wel niets anders is dan bespiegeling. Op de eene bladzijde leest men: voor den waren wijsgeer is // het oneindige geen voorwerp der wetenschap" §) en: God wordt // in het gemoed gevonden" **), op eene andere daarentegen: de wetenschap u streeft naar het oneindige" ff), waaruit dus volgt, dat het oneindige wél een voorwerp is van wetenschappelijke nasporing. Op de eene plaats wordt de bespiegeling verguisd en wederom elders gesproken van de //eenheid der natuur" §§), alsof deze zonder bespiegeling door de zintuigen kon waargenomen worden. Maar niet alleen, dat'hier .ter plaatse //de denkende beschouwing" d. i. de bespiegeling tot de taak der wetenschap gebragt wordt, ook het dualisme van natuur en geest, volgens hetwelk de natuurkunde voor materialisme verklaard en aan oerstedt ongerijmdheid ten last gelegd werd, omdat hij van geest in de natuur gesproken had ***), — wordt wederom elders ter zijde gesteld. Reeds vernamen wij, dat humboldt geprezen wordt, omdat hii in „ de denkende beschouwing van het waargenomene" het middel zag om // den geest der natuur te vatten," terwijl eenige bladzijden verder gelezen wordt r n De

*) Blz. 64, 79. t) Blz. 80. §) Blz. 7. **) Blz. 178.

•ft) Blz. 65. §§) Blz. 66. ***) Blz. 177.

Sluiten