Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Dat hij steelt, kan hij niet gebetereu, en het ware dus even dwaas hem deswege te berispen, als den vos, omdat hij uwe kippen steelt. -Het ethisch determinisme erkent, het is zoo, ook, dat die dief tot stelen werd gedetermineerd, maar vindt de determinerende oorzaak niet, gelijk bij den vos, in zijn wezen, maar in den nog gebrekkig ontJ»kke^den zedelijken toestand, waarin hij zich bevond op het oogenblik, waarop de diefstal plaats had. Was ook die daad, in verband met dien toestand, op dat oogenblik noodzakelijk, zij is het echter niet in volstrekten zin, niet in betrekking tot zijn weten als mensch. In zijn wezen ligt de aanleg en de grond tot eene hoogere zedelijke ontwikkeling, die hem in staat stelt, zijne hartstogten te bedwingen, zij het dan ook dat het ontwikkelingsproces op dat bepaalde oogenblik nog niet zóó ver gevorderd was, dat hij in die omstandigheden en op dien trap van ontwikkeling reeds actu vermogt, waarvoor de potentia in hem aanwezig is. Is de dief in het materialistisch stelsel onverbeterlijk, kan men hem evenmin het stelen afleeren als den vogel het vliegen; in het zedelijk determinisme kan de noodzakelijkheid, die den mensch bij eene nog gebrekkige ontwikkeling doet zondigen, bij hoogere ontwikkeling, plaats maken voor eene zedelijke magt, die hem weerhoudt om het kwaad, dat hij vroeger deed, op nieuw te plegen. Wie heden steelt kan reeds morgen van die daad een afkeer gevoelen, en, tot inzien van zijne verkeerdheid gekomen, u toonen, dat, zoo hij vroeger leefde in de zonde, hij nog iets anders vermag dan stelen, en als zedelijk wezen de magt bezit om de verleiding te weerstaan. Er is hier tusschen het alle zedelijkheid loochenend materialisme en het ethisch determinisme geen andere overeenkomst dan deze, dat, volgens^ide stelsels, al wat plaats heeft eene oorzaak heeft en dus met noodzakelijkheid geschiedt; maar terwijl het materialisme geene andere dan physische determinerende factoren erkent,

1

Sluiten