Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mij wordt voorgehouden, dat in mijn stelsel, bij de ontkenning van den vrijèn wil, geene plaats is voor de zedelijkheid, en mijn bestrijder zelf ruimt het eenige voor hem geldende bewijs, uit ervaring en gevoel ontleend, uit den weg, terwijl hij verklaart, dat, „welke meening men ook voorsta, of men' de Mesvrijheid beweert of ontkent, dan wel tusschen beide stellingen tracht door te zeilen, de waarheid van hetgeen het zedelijk gevoel werkelijk getuigt, er niet bij lijden kan" *)*. Overigens heerscht hier overal de gewone verwarring van vrijheid in den zin van vrijen wil met die in den zin van zedelijke vrijheid. De heer O. pleit tegen het determinisme voor die vrijheid, die de determinist'' ontkent en dus voor den vrijen wil. „ Wij gevóelen dat1 wij vrij ziju." Vraagt men nu: wat gevoelt de mensch, dan luidt het antwoord: //Wij gevoelen dat wij kunnen meester worden over onze hartstogten" f). Maar, vragen wij: is dan de bewustheid, dat wij onze hartstogten bestrijden kunnen, hetzelfde als zich bewust zijn een //vrijen -wil" te hebben? Dat de mensch het vermogen bezit om zijne hartstogten te bedwingen en // gevoelt dat hij die kracht bezit," zal geen determinist ontkennen. Wat hij ontkent is alleen dit, dat die zedelijke kracht op eiken trap van ontwikkeling in ~"die mate aanwezig is, dat de mensch onder alle omstandigheden en in ieder gegeven oogenblik die heerschappij tón uitoefenen. Dit laatste ontkent ook de heer O.: „'s Menschen eerste tijd is egoïstisch. Eerst langzaam ontstaat het gevoel van pligt en hiermede het gevoel van vrijheid" §). //Tn zijne eerste jaren is de mensch een zinnelijk wezen, niets meer. — Langzamerhand wordt het .anders. Hij komt tot het inzigt, dat hij niet alleen naar ziju eigen lust moet vragen, maar ook naar den lust

*) t. a. pt blz. 225. f) t. a. p. blz. 225. De weg der wet., blz. 34. §) De weg der wetenschap, blz. 33, 34.

Sluiten