Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gel., ik zal het wel uit mijn hart laten, mij zelf te vergelijken met den Apostel Paulus.

Ik kan niet spreken, als hij, van een lijden om des Evangelies wil, van mij door vijanden gelegde lagen — ons leven is daartoe tegenwoordig veel te vreedzaam, en misschien is dat wel jammer.

Ik kan niet profeteeren, als hij, dat mij banden en verdrukkingen aanstaande zijn.

En wat hij zijnen ouderlingen van Efeze verzekeren dorst: „ik ben rein van het bloed van u allen" — zie, dat durf ik slechts hopen.

Maar één ding mag ik Paulus toch nazeggen: „Gij weet... hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig is (tot uw heil, tot uwe zaligheid), dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en in uwe huizen". (Vs. 20). „Ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods". (Vs. 27).

In het middenpunt mijner prediking stond steeds het kruis van onzen dierbaren Heiland: ook voor Paulus de korte hoofdinhoud der prediking. (1 Cor. 2 : 2). 't Was immer mijn bedoelen, u voor dat kruis te plaatsen, om u daar te toonen uw eigen zondeschuld en den rijkdom van Gods genade. Mijne prediking — hoeveel er overigens op aan te merken moge geweest zijn — bestond nooit in wijsgeerig-theologische abstracties, maar was altijd verkondiging van de Heilige Schrift — en in die Schrift domineert het kruis van Christus.

Voorts: ik mocht u, van dat kruis uitgaande, toonen de heerlijke openbaring Gods in de eeuwen, die aan Jezus' zoendood voorafgingen en in de eeuwen, die op Jezus' zoendood volgden. In onzen Heere Jezus Christus werd alle

profetie en schaduw vervuld door Hem, door Zijne

prediking, Zijn werk, Zijne verlossing heeft de wereld een ander aanzien gekregen: wie zal naar waarde de beteekenis yan het Christendom voor de wereldgeschiedenis schetsen!

U immer voerend tot dat kruis, poogde ik u de vrijmacht der goddelijke genade te prediken, evenzeer als de

Sluiten