Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk niet uit cultische gronden, maar door de onmogelijkheid van ware bekeering en waar berouw en door het feitelijk gericht over de zonde. Daarom is ze het einde van allen cultus, allen verzoeningsdienst. Ze is eene verzoening, die eens en voor immer den vloek opheft en de gemeenschap met God aanknoopt, en dan geen cultische gemeenschap, maar eene religieuszedelijke.

Zulk eene verzoening kon niet van den mensch uitgaan door zoenoffers, maar moest uitgaan van God. In Zijn Zoon heeft Hij het gericht opgeheven, het oordeel weggenomen en den mensch in Zijne gemeenschap weer opgenomen. In de plaats van stoffelijke offers treedt nu de Zoon met Zijn lijden, Zijn kruis, Zijne overwinning van oordeel, dood en hel.

Hier verdwijnen de laatste resten van het heidendom, altaars en tempels, priesters en offers. God woont noch op Moria noch op den Gerizim, Hij woont in de harten, met wie Hij zich in gemeenschap stelde.

In Jezus Christus, den mensch Gods en den Zoon Gods, is God ingegaan in onzen gerichtstoestand, heeft het gericht overgenomen (tevens erkend in zijn goed recht), om het te overwinnen.

De verzoening komt dus niet tot stand door de inwerking van Christus' dood op de gezindheid van God. Dan zou God veranderlijk zijn, van eene toornige in eene vredelievende stemming geraken. En dat kan Hij evenmin, als (naar we zagen) veranderen van een

Sluiten