Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan vinden we daarin maar niet alleen een schoon en verheven godsdienstig-zedelijk ideaal geteekend, doch we buigen het hoofd en vragen deemoedig: wie is tot het najagen van zóó'n ideaal in staat? Hoe is het mogelijk, dat er een tijd is geweest, waarin men met die Bergrede dweepte, denkend, dat men met een beetje goeden wil, zijn leven er wel naar inrichten kon! Die Bergrede ontroert ons veeleer, neen, ze striemt ons, ze veroordeelt ons, ze jaagt ons op, en we weten niet, waarheen we zullen gaan. We zijn geneigd met de discipelen van Jezus, toen Hij een zoo geweldigen eisch aan den rijken jongeling stelde, uit te roepen: „Wie kan dan zalig worden?" Die Bergrede brengt er ons juist toe, om te luisteren naar Paulus' aandringend woord: „laat u met God verzoenen!"

Verzoening hebben we noodig. Had ik de keus tusschen de oude „bloedtheologie" en het naief-optimistisch geloof in de kracht en de braafheid der menschheid, om naar het ideaal der Bergrede te leven, ik koos zonder aarzelen de eerste. Daar zit tenminste nog pit in, waarachtigheid en zedelijke ernst!

Maar we zagen het: de verzoening bestaat niet hierin, dat „Christus eene wraakzuchtige Godheid door bloed bevredigd heeft," maar hierin, dat Hij in Zijn leven en sterven en opstaan, in geheel Zijne verschijning eene groote openbaring is van den liefdewil Gods tot ons behoud. Van Gods zijde ging de verzoening uit. Ze is een feit, het heerlijkste feit der heilsgeschiedenis.

Sluiten